Uitspraak
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019, hierna te noemen: [minderjarige] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak in hoger beroep verzoekt de vader om een opbouwende omgangsregeling met zijn minderjarige kind, nadat hij eerder veroordeeld is voor een zedendelict. Het hof heeft de zaak voortgezet na een tussenbeschikking en een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin werd geadviseerd het verzoek een half jaar aan te houden voor hulpverlening.
De moeder heeft bezwaren tegen omgang vanwege zorgen over de veiligheid van het kind en haar eigen mentale gezondheid. Het kind vertoont terugval in gedrag en heeft extra ondersteuning nodig. De vader wenst contactherstel en verwijzing naar passende hulpverleningstrajecten.
Het hof weegt het recht op contact af tegen het belang van stabiliteit en veiligheid voor het kind. Gezien de kwetsbaarheid van het kind, de draagkracht van de moeder en het strafrechtelijk verleden van de vader, oordeelt het hof dat het belang van het kind zwaarder weegt. Daarom wijst het hof het verzoek af en bekrachtigt het de eerdere beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen af vanwege het belang van stabiliteit en veiligheid voor de minderjarige.