Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, ingekomen ter griffie op 23 december 2024;
- het V6-formulier van [appellant 1] en [appellant 2] met als bijlagen de stukken uit eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 15 januari 2025;
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 3, ingekomen ter griffie op 28 januari 2025;
- het V6-formulier van [verweerster] met twee producties, ingekomen ter griffie op 3 februari 2025;
- de op 5 februari 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij mr. De Korte namens [appellant 1] en [appellant 2] en mrs. Analbers en Van Maanen namens [verweerster] het woord hebben gevoerd.
3.Feiten
4.De procedure tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor
5.De gang van zaken na de beschikking van de rechtbank van 15 februari 2024
6.De beschikking van dit hof van 5 september 2024
7.De gang van zaken na de beschikking van het hof van 5 september 2024
- [appellant 1] en [appellant 2] op de genoemde data moeten verschijnen en dat bij niet-verschijning van de getuigen de rechter daaruit de gevolgtrekking zal maken die hij geraden acht:
- [verweerster] binnen 14 dagen de door haar aan [appellant 1] en [appellant 2] voor te leggen vragen moet indienen ter beoordeling van de vraag of – indien gesteld – het verschoningsrecht van toepassing kan zijn indien daarop een beroep wordt gedaan en dat vragen die niet vooraf zijn beoordeeld mogelijk niet gesteld mogen worden.