ECLI:NL:GHSHE:2025:1326
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na niet-ontvankelijkverklaring wegens ne bis in idem
Appellant verzocht om een schadevergoeding voor de periode van inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis en vrijheidsbeperkende maatregelen tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis, in totaal €6.370,-. De voorlopige hechtenis was geschorst vanaf 23 december 2016, waarbij onder meer het paspoort gedurende 200 dagen in beslag was genomen, wat volgens appellant zijn beroepsuitoefening ernstig beperkte.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de officier van justitie niet-ontvankelijk was verklaard in de vervolging wegens het ne bis in idem-beginsel en het vonnis onherroepelijk was. Bovendien was appellant in België onherroepelijk veroordeeld, wat volgens de rechtbank een redelijke grond voor verdenking en vervolging in Nederland bood.
Het hof stelde vast dat het vonnis van 9 september 2021 waarin de OvJ niet-ontvankelijk werd verklaard onherroepelijk is, en dat geen hoger beroep daartegen is ingesteld. Het hof kon daarom niet in deze beslissing treden. Het hof bevestigde de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding en vond dat het niet billijk was een vergoeding toe te kennen.
De beslissing werd genomen na behandeling in raadkamer op 9 januari en 20 maart 2025, waarbij ook de advocaat-generaal het standpunt handhaafde. Het vonnis werd uitgesproken op 17 april 2025 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding wegens het onherroepelijk niet-ontvankelijk verklaren van de vervolging op grond van het ne bis in idem-beginsel.