Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 12 juni 2019 te Bergen op Zoom, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het betalen van geld, door
hij in de periode van 16 september 2019 tot en met 29 september 2019 te Bergen op Zoom, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het betalen van geld, door
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 september 2019, dossierpagina’s 14-18, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :
Een geschrift, te weten een rekeningafschrift ten name van [bedrijf] d.d. 12 juni 2019, dossierpagina 25, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 oktober 2019, dossierpagina’s 26-28, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
A: Wij (
het hof begrijpt: in ieder geval de getuige en aangever [slachtoffer 1]) zijn die avond naar het café gegaan. Wij stonden bij de bar. Er kwam iemand naar de bar gelopen met een foto van het internet van [slachtoffer 1] . Dit was een screenshot van de site van [betrokkene 2] , het bedrijf van [slachtoffer 1] . Ik hoorde de man zeggen tegen [slachtoffer 1] : Hallo meneer [betrokkene 2] , we moeten met elkaar praten zodat we iets voor elkaar kunnen betekenen, of woorden van gelijke strekking.
Ik wist dat deze man [verdachte] was. [verdachte] zei dat hij zo een ton op tafel kon leggen. [verdachte] zei dat hij die 20K ook zo weg kon poetsen. Daarmee verwees [verdachte] naar de schuld van 20.000, - euro die [betrokkene 1] nog bij [slachtoffer 1] en mij had. De sfeer was onprettig en toen zijn wij gegaan.
V: Maar [slachtoffer 1] heeft ook betaald? Wat is daar de reden van?
A: [slachtoffer 1] had later gehoord dat [verdachte] geen frisse jongen is en zich omgeeft met duistere figuren. [slachtoffer 1] kreeg ook berichten van [verdachte] dat hij op de hoogte was van het privéleven van [slachtoffer 1] . Er is ook gemeld aan [slachtoffer 1] dat [verdachte] weet dat hij een dochter heeft. De overweging van [slachtoffer 1] was om het bij [verdachte] af te kopen zodat hij geen last meer zou hebben van de intimidatie door hem.
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 oktober 2019, dossierpagina’s 46-48, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
A: Hun standpunt was duidelijk. Hen overtuigen dat ze geen geld kregen had geen zin. Ze waren heel stellig in het feit dat ze geld wilden zien. [verdachte] zei dat [slachtoffer 1] geld had toegezegd en [slachtoffer 1] ontkende dat. [slachtoffer 1] zei dat het gezeik zou blijven als hij niet betaalde. Ik vroeg aan [slachtoffer 1] wat hij zou betalen. [slachtoffer 1] stelde voor om een factuur te schrijven en het weg te schrijven op de zaak. Er is uiteindelijk geen factuur gekomen. [slachtoffer 1] nam contact op met de boekhouder. De boekhouder gaf aan geen factuur te willen en [slachtoffer 1] kreeg een rekeningnummer en daar is het bedrag naar overgemaakt.
Een geschrift, te weten een afdruk van een melding in het politiesysteem NL-BLUESPOT d.d. 15 juni 2019, dossierpagina’s 51-52, voor zover inhoudende:
Op 12 juni om 15:00 ontving ik een terugbelverzoek:
"Woensdag 5 juni heb ik telefonisch melding gemaakt via 0800-8844 en heeft uw collega aangegeven dat er z.s.m. contact opgenomen zou worden. Ondertussen heb ik wederom een dreigend sms-bericht ontvangen waar ik erg onrustig van word. Uit de berichtjes kan ik concluderen dat ze regelmatig bij mij rond het bedrijf aan het posten zijn. I.v.m. de veiligheid heeft u wellicht een voorstel waar en hoe we hier invulling aan kunnen geven. Met vriendelijke groeten, [slachtoffer 1] "
Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 23 januari 2020, dossierpagina’s 114-116, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [verdachte] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2022, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis;
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 8.000,00 (achtduizend euro)ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2019 tot aan de dag der voldoening;