In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigd inzake de ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in cocaïne. De rechtbank had het voordeel vastgesteld op €15.398, maar het hof acht de omvang van het voordeel hoger en stelt dit vast op €18.750.
De betrokkene werd veroordeeld voor het dealen van cocaïne gedurende drie maanden binnen een periode van twee jaar waarin de handel plaatsvond. Het hof baseerde zich op getuigenverklaringen en getapte gesprekken om de handel over een periode van minimaal twee jaar aannemelijk te achten. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd gebaseerd op een schatting van de verkochte hoeveelheid cocaïne, verkoop- en inkoopprijzen, en een winstmarge van 100%.
Het hof hield rekening met de verschillende rollen binnen het samenwerkingsverband en verdeelde het totale voordeel van €60.000 naar rato van de rol en duur van de betrokkenheid van de betrokkene en medeverdachten. De betrokkene werd een bedrag van €18.750 toegerekend. Daarnaast bepaalde het hof de maximale duur van de gijzeling op 375 dagen, conform de wettelijke normen.
Het arrest werd uitgesproken door mr. J.T.F.M. van Krieken, mr. T. van de Woestijne en mr. A.C. van der Schans, waarbij laatstgenoemde niet kon medeondertekenen.