ECLI:NL:GHSHE:2025:1398
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake eiswijziging en proceskosten in civiele zaak
In deze civiele procedure heeft appellante, een besloten vennootschap, hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarin haar vorderingen waren afgewezen. De vorderingen betroffen betaling van een geldbedrag, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Tijdens het hoger beroep heeft appellante haar eis gewijzigd in de memorie van grieven, met name door toevoeging van een grondslag dat bestuurder van geïntimeerde leugenachtig zou hebben verklaard en door een eis tot betaling van integrale proceskosten. Geïntimeerde is niet verschenen in hoger beroep en verstek is verleend.
Het hof constateert dat volgens de artikelen 130 lid 3 jo. 353 lid 1 Rv eiswijziging tegen een niet verschenen partij uitgesloten is, tenzij deze tijdig bij exploot kenbaar is gemaakt. Omdat niet duidelijk is of appellante dit heeft gedaan, biedt het hof haar de gelegenheid om alsnog een exploot te overleggen waaruit blijkt dat de memorie van grieven aan geïntimeerde is betekend.
Het hof houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol van 1 juli 2025 voor nadere procedure. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2025.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verwijst naar de rol voor nadere betekening van de memorie van grieven.