Uitspraak
- het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht met BVH-nummer 2019231736, gesloten d.d. 14 juli 2021 en de daarbij behorende bijlagen;
- het proces-verbaal zaakdossier 3.1 van de politie-eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, proces-verbaalnummer 19009-752, onderzoeksnaam [naam 1] , gesloten d.d. 30 oktober 2020;
- het proces-verbaal zaakdossier 3.4 van de politie-eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, proces-verbaalnummer 19009-735, onderzoeksnaam [naam 2] , gesloten d.d. 30 oktober 2020.
Een verklaring van de betrokkene, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg op 4 november 2021, als bewijsmiddel opgenomen op pagina’s 36 en 105 in de bijlage A bij het vonnis in de hoofdzaak, onder meer inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 29 oktober 2020, pagina 21-186 van het persoonsdossier 2.1, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 26 januari 2021, bijlage 20 van het rapport WVV, pagina’s 367-369 van het rapport WVV, voor zover inhoudende:
Het verslag verbatim studioverhoor van [slachtoffer 1] d.d. 6 april 2021, bijlage 7 bij het rapport WVV, pagina’s 171-172 van het rapport WVV, voor zover inhoudende:
G: Vijf dagen.
Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van een advertentie van [slachtoffer 1] (werknaam van [slachtoffer 1] ), pagina 126 van het rapport/pagina 34-127 van zaakdossier 3.4, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 5] d.d. 7 mei 2020, bijlage 10 bij het rapport WVV, pagina’s 218-219 van het rapport/pagina’s 31-337 en 31-338 van zaakdossier 3.1, voor zover inhoudende:
(het hof begrijpt: medeveroordeelde [medeverdachte 1] ). [slachtoffer 3] was beste vrienden met [medeverdachte 1] . Zo is het contact ontstaan. Beide kwamen naar ons toe en [verdachte] had ideeën om zaken aan te pakken dus om sekswerk te gaan doen.
A: Soms wel 20 klanten op een dag.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 22 mei 2020, bijlage 8 bij het rapport WVV, pagina’s 203 en 206 van het rapport WVV/pagina’s 31-347 en 31-350 van zaakdossier 3.1, voor zover inhoudende:
A: Ik had 1 tot 3 klanten op een dag.
het hof begrijpt in samenhang met bewijsmiddel 10 vanaf 17 september 2018)
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] d.d. 24 juli 2019, bijlage 12 bij het rapport WVV, pagina’s 259-270 van het rapport WVV/pagina’s 31-316 tot en met 31-327 van zaakdossier 3.1, voor zover inhoudende:
het hof begrijpt in samenhang met bewijsmiddel 10 van 9 tot 17 september 2018)
A: Voor een trio 250 euro voor een uurtje. Voor een half uur trio was het 125 euro en een kwartier trio was 50 euro. Als ik alleen werkte, was het 75 euro voor een vluggertje. 150 euro voor een uur.
A: Als ik naar het gemiddelde ga kijken, dan denk ik dat ik 8 à 9 klanten per dag had.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 juli 2020, pagina’s 23-213 en 23-214 van persoonsdossier 2.3, voor zover inhoudende:
(het hof begrijpt: [slachtoffer 4] )en nog zo’n vriendin van haar.
(het hof begrijpt: [slachtoffer 5] )?
Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van WhatsApp-gesprekken, pagina’s 31-211, 31-317, 31-218, 31-240 en 31-262 van zaakdossier 3.1, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2020, pagina 31-188 van zaakdossier 3.1, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
29-10-2018: [verdachte] haalt [slachtoffer 5] op in Ehv. Ook vraagt hij of het bij [slachtoffer 5] druk is op de WhatsApp. [slachtoffer 5] zegt o.a. dat ze een cardate willen.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht d.d. 14 juli 2021, pagina’s 11-17 van het rapport WVV, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
mensenhandel, terwijl het in artikel 273f eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° van het Wetboek
- € 94,00 per dag voor verblijf-/werkplekken, waarbij de helft van de afspraken plaatsvond in hotels en daarvan 50% door de betrokkene werd betaald;
- € 50,00 per rit voor chauffeurskosten, het hof ziet aanleiding om hierbij aan te sluiten aan de kosten die volgens de betrokkene gemaakt zijn ten aanzien van [slachtoffer 2] . Nu op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld door wie telkens deze kosten werden betaald, zal het hof ervan uitgaan dat de betrokkene en [slachtoffer 1] ieder 50% van deze kosten hebben betaald;
- € 75,98 per week aan advertentiekosten (€ 2.963,05 / 40 weken).
- € 94,00 per dag voor verblijf-/werkplekken in totaal;
- € 15,00 per persoon per dag aan voeding;
- € 100,00 per dag aan beveiligings-/chauffeurskosten, met een totaal van (€ 100,00 x 5 dagen x 3,43 weken (de periode vanaf 17 augustus 2018 tot 9 september 2018 waarin [medeverdachte 2] werkzaam was voor [verdachte] ) = € 1.715,00;
- € 75,98 per week aan advertentiekosten (€ 2.963,05 / 40 weken).
- € 50,00 per rit voor chauffeurskosten. Gelet op de opbrengsten van € 200,00 per dag, waarbij ten aanzien van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] wordt uitgegaan van € 100,00 per klant, zal het hof ten aanzien van [slachtoffer 2] uitgaan van 2 ritten per dag. Nu op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld door wie telkens deze kosten werden betaald, zal het hof ervan uitgaan dat de betrokkene en [slachtoffer 2] ieder 50% van deze kosten hebben betaald;
- € 75,98 per week aan advertentiekosten (€ 2.963,05 / 40 weken).
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 47.048,39
€ 42.343,55.
BESLISSING
€ 47.048,39 (zevenenveertigduizend achtenveertig euro en negenendertig cent);
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 42.343,55 (tweeënveertigduizend driehonderddrieënveertig euro en vijfenvijftig cent);
€ 26.523,55 (zesentwintigduizend vijfhonderddrieëntwintig euro en vijfenvijftig cent)komt te vervallen indien en voor zover de mededader van de betrokkene heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat.