Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer c/01/351018 / HA ZA 19-650)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep twee producties;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met productie;
- de mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brieven van 27 februari 2025 en 28 februari 2025 door [appellant] toegezonden producties 4 tot en met 11, respectievelijk productie 12, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de door het hof opgevraagde en per e-mail van 10 maart 2025 door de gemeente toegezonden opdrachtbrieven van de gemeente, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
Ik werk op dit moment bij de gemeente […] en ook […] van 2013 tot 2016, was ik werkzaam bij de gemeente […]. Mijn functie was en is projectmedewerker interne dienst.
Op uw vraag wat mijn band is met [appellant] antwoord ik dat ik voor hem heb gewerktin de periode van 2012 tot 2015. Ik werkte toen op basis van een nul uren contract en ik ben begonnen met [appellant] met het wassen van de ramen van panden van de gemeente […].Ik werkte de ene week 10 a 20 uur per week en dan soms een week weer niet. Het aantal uren dat ik werkte was dus wisselend. Dat is eigenlijk de hele periode zo geweest toen ik werkzaam was bij [appellant] .[…] Ik denk dat ik een half jaar tot een jaar glasbewassing heb gedaan. Terwijl ik de glasbewassing deed werd ik af en toe gevraagd om te helpen bij huismeesterwerkzaamheden. Later, ongeveer na een jaar, namen die huismeesterwerk-zaamheden meer toe. […] De glasbewassingswerkzaamheden deed ik zelf ongeveer een
Ten aanzien van glasbewassing heeft het bedrijf van [appellant] geen werkzaamheden verricht in die periode. In die periode hadden wij namelijk een overeenkomst met [bedrijf A] voor deze werkzaamheden. Ook firma [YY] heeft in die periode op basis van een overeenkomst periodiek de glazen gewassen van de entree van een viertal panden.
Dat is een maandelijks terugkerend bedrag(…)
Ik heb altijd in oktober en november van elke jaar een gesprek gehad met [persoon A] . Dit bedrag is inclusief BTW. [persoon A] heeft dit bedrag bepaald. Dit is in onderling overleg met mij gedaan. Ik moest vast één vast man leveren. Die was er dan van maandag tot vrijdag van 8 tot 16 uur daar. Dat was dan 40 uur per week. De donderdag en vrijdag voor de gehele dag. Het ging dan om één man erbij. Dan heb ik het over 16 uur per week.”
Ik heb ook gezien dat dhr. [appellant] persoonlijk werkzaamheden verrichtte voor de [gemeente A]. Hoe vaak dat precies was weet ik niet meer. Hij was er wel vaak en bij verhuizingen was hij er altijd. (…)
- Griffierechten € 783,-
- Salaris advocaat € 2.428,- (2 punten x tarief II)
- Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)