Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/375042 / HA ZA 21-693)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen Hagranop verleende verstek;
- de zuivering van het verstek door Hagranop;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H12-formulier van 24 april 2025 door [appellant] toegezonden producties, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
3. Verzorging van het gewas
4.Rooien
5.Kwaliteit en bewaringDe door teler af te leveren witlofwortelen dienen te zijn: gezond, goed van uiterlijk, praktisch vrij van uitwendige gebreken, rot en vorstbeschadigingen. Klachten over de kwaliteit van de geleverde witlofwortelen dient trekker aan teler kenbaar te maken, voor zover betreft uitwendige gebreken binnen 2 dagen na levering en voor zover betreft inwendige gebreken direct doch uiterlijk binnen 8 weken na de levering. […].
6.Keuring, tarrering en wegingDe keuring en tarrering gebeuren op een door partijen overeengekomen plaats. Partijen zijn gerechtigd in persoon of bij gemachtigde bij de keuring en/of tarrering aanwezig te zijn. […].
7.Aflevering en vervoer
Tussen [appellant] en Hagranop is op enig moment discussie ontstaan over de kwaliteit van door Hagranop geleverde witlofwortelen. [appellant] was van mening dat die kwaliteit onvoldoende was, terwijl Hagranop zich op het standpunt stelde niet te kunnen verifiëren of die klachten terecht waren, aangezien de witlofwortelen door [appellant] zelf werden gekoeld en opgeslagen. Om voor de toekomst dat soort discussies te voorkomen, hebben [persoon A] (bestuurder bij Hagranop) en [appellant] in oktober 2018 afgesproken dat de witlofwortelen in het vervolg niet meer bij [appellant] zelf zullen worden opgeslagen maar bij Hagranop.
- dat partijen tijdens de mondelinge behandeling hebben verklaard dat er ook kisten witlofwortelen in onderling overleg zijn vernietigd voordat zij naar [appellant] zijn getransporteerd omdat zij rot of slecht waren en dat het volgens [appellant] gaat om 181 kisten (rov. 4.4.);
- dat [appellant] veel documenten (foto’s, inloading sheets, mails en apps) in het geding heeft gebracht op grond waarvan kan worden vastgesteld dat er uitval was en in ieder geval een deel van de leveringen die aan Hagranop door [appellant] in bewaring waren gegeven bij of aan het einde van de bewaarneming rot waren (rov. 4.5.);
- dat de rechtbank niet meegaat in het betoog van Hagranop dat de witlofwortelen waarover het in de documenten gaat ook witlofwortelen kunnen zijn die [appellant] van een andere leverancier heeft betrokken en dat het wel degelijk gaat om witlofwortelen van Hagranop (rov. 4.6.);
- dat Hagranop haar vordering heeft verminderd met € 10.000,- dan wel dat daarvan niet langer betaling wordt verlangd en dat er in conventie dus een hoofdsom van € 93.133,14 resteert (rov. 4.7.);
- dat tussen partijen vaststaat dat de wortelen die in bewaring zijn gegeven, zich gedurende de opslag ontwikkelen en dat er in verband daarmee ook sprake was van ontwikkeling van de wortelen gedurende de opslag en van een gefaseerde uitstroom uit de opslag, afhankelijk van die ontwikkeling. De bewaarnemingsovereenkomst brengt dan ook niet mee dat de wortelen aan [appellant] teruggeven moesten en konden worden zoals zij in bewaring waren gegeven (rov. 4.9.);
- dat de stellingen van [appellant] inhouden dat Hagranop in het kader van de bewaarnemingsovereenkomst zorg diende te dragen voor het op deugdelijke wijze koelen en opslaan van de witlofwortelen en dat Hagranop niet die zorg heeft betracht door adviezen van Chicogrow niet op te volgen en de wortelen niet direct bij aflevering goed vochtig te houden en in het ijs te zetten (rov. 4.9. slot);
- dat uit de stellingen van partijen volgt dat de teelt- en trekbegeleiding van de witlofwortelen verzorgd zou worden door een onafhankelijke partij, Chicogrow, en dat Chicogrow ook de adviezen verzorgde bij Koelhuis St. Nyk op kosten van Hagranop en dat partijen het erover eens zijn dat Hagranop als bewaarnemer goed voor de witlofwortelen moest zorgen en de adviezen van Chicogrow moest opvolgen en dat de wortels door Hagranop vochtig moesten worden gehouden en moesten worden gekoeld (rov. 4.10.);
- dat het aan [appellant] is om zijn stellingen dat Hagranop tekortgeschoten is in de nakoming van de bewaarnemingsovereenkomst voldoende te onderbouwen en zo nodig, te bewijzen en dat voor de aansprakelijkheid van belang is of Hagranop bij de opslag van de wortelen de overeengekomen zorg heeft betracht en, als dat niet het geval is, of de kwaliteit van de wortelen bij beëindiging van de opslag als gevolg daarvan slechter – meer in het bijzonder droge wortelen met bevroren punten en wortels, die zijn gaat rotten zoals [appellant] heeft gesteld – is dan wanneer die zorg wel zou zijn betracht (rov. 4.12.)
- dat er op basis van de verklaring van [appellant] van uit kan worden gegaan partij [partij E] kennelijk wel goed was (rov. 4.13.);
- dat vaststaat dat de partij [partij C] besmet was met Sclerotinia en dat dat is meegekomen van het perceel (rov. 4.14.);
- dat het aan [appellant] is om te bewijzen dat Hagranop ten aanzien van de partij [partij C] heeft gehandeld conform het advies van Chicogrow van 15 april 2019 en dat er ten aanzien van de overige partijen niet van uit kan worden gegaan dat Hagranop heeft gehandeld in strijd met de adviezen van Chicogrow omdat [appellant] daarvoor onvoldoende heeft gesteld (rov. 4.18.);
- dat het op de weg van [appellant] ligt om te bewijzen dat Hagranop niet aan haar zorgplicht heeft voldaan en zij niet binnen enkele dagen na aflevering in het koelhuis de witlofwortelen voldoende vochtig heeft gehouden, maar dat de witlofwortelen pas vanaf eind maart 2019 vochtig zijn gehouden en goed in het ijs zijn gezet (rov. 4.20.);
- dat [appellant] zijn stelling dat Hagranop is tekortgeschoten bij het inkoelen van de witlofwortelen omdat [appellant] niet heeft gesteld wat de temperatuur van de diverse partijen witlofwortelen had moeten zijn (rov. 4.21.).