Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/426916 / KG ZA 24-469)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 12
3.De beoordeling
- [woning A] , binnen één week na de datum van het vonnis in kort geding van uw rechtbank, bij [persoon A] van De Huizenbemiddelaar Breda, door partijen in gezamenlijke opdracht te koop dient te worden aangeboden;
- de vraag- en laatprijs voor [woning A] in overleg met partijen door de verkopend makelaar dienen te worden bepaald;
- partijen alle adviezen en instructies van de verkopend makelaar in verband met de verkoop van [woning A] dienen op te volgen;
- partijen niet aanwezig mogen zijn bij de bezichtigingen van [woning A] door de verkopend makelaar en de potentiële koper(s);
- partijen dienen mee te werken aan de totstandkoming van de koopovereenkomst zodra er (een) kandidaat-koper(s) bereid is/zijn een koopprijs voor [woning A] te betalen die ligt op of tussen de door verkopend makelaar vastgestelde vraag- en laatprijs, zodanig dat partijen de koopovereenkomst binnen één week na ontvangst van de verkopend makelaar ondertekenen;
- partijen rekening dienen te houden met de wens van de koper(s) voor de termijn voor de overdracht / notariële levering van [woning A] door partijen aan de koper(s), bij een door de koper(s) aan te wijzen notaris;
- ieder van partijen op verzoek van de notaris een volmacht voor de overdracht / notariële levering van [woning A] aan de koper(s) dient te ondertekenen;
- de makelaarskosten, notariskosten en eventuele andere verkoopkosten door ieder van partijen voor de helft dienen te worden betaald en gedragen; en
- de verkoopopbrengst van [woning A] , na aflossing van (het restant van) de hypotheekschuld aan ABN AMRO BANK N.V., voldoening van de makelaarskosten, voldoening van de notariskosten en voldoening van eventuele andere verkoopkosten, tussen partijen bij helfte dient te worden verdeeld;
hofoverweegt als volgt.
Het belang van [geïntimeerde] is erin gelegen dat haar aandeel in het vermogen vrij komt, zodat zij daarmee een verdere toekomst kan opbouwen. Aan dat belang wordt tegemoetgekomen bij toedeling van de onroerende zaken aan [appellant] , omdat aan [geïntimeerde] alsdan een vergoeding wegens overbedeling toekomtén zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening. Het bovenstaande leidt ertoe dat de rechtbank de onroerende zaken onder I. tot en met IV. toedeelt aan [appellant] onder de hierna genoemde voorwaarden. (onderstreping hof).’
voorzieningenrechterheeft overwogen:
hofoverweegt als volgt.