ECLI:NL:GHSHE:2025:1603
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.A.T.G. Koning
- G.J. Schiffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis oplichting en witwassen, niet-ontvankelijkheid hoger beroep OM voor feiten 1 en 2
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meerdere feiten, waaronder oplichting, witwassen en poging tot uitlokking van moord. De rechtbank Zeeland-West-Brabant sprak verdachte vrij van poging tot uitlokking moord (feit 3) en van meerdere oplichtingszaken (feit 1), maar veroordeelde hem voor overige oplichting en witwassen tot 36 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen het vonnis, maar beperkte dit in de procedure tot het feit 3 (poging tot uitlokking moord). Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor de feiten 1 en 2 vanwege het ontbreken van een rechtens te beschermen belang. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank voor zover het aan zijn oordeel was onderworpen.
De advocaat-generaal voerde aan dat de informatie van de FBI via Belgische autoriteiten betrouwbaar was en als bewijsmiddel moest worden beschouwd. Het hof verwierp dit beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel omdat geen buitenlands strafrechtelijk onderzoek was gebleken en oordeelde dat de betrouwbaarheid van de informatie niet kon leiden tot bewijs dat verdachte de belofte tot moord had gedaan.
De vrijspraak van poging tot uitlokking moord werd daarmee bevestigd. Ook de beslissingen omtrent verbeurdverklaring van telefoons en tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werden gehandhaafd. Het hoger beroep van verdachte was tijdig ingetrokken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor feiten 1 en 2 en bevestigt het vonnis van de rechtbank, inclusief vrijspraak van poging tot uitlokking moord.