ECLI:NL:GHSHE:2025:1976
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis ter executie van onherroepelijke gevangenisstraffen
Verdachte is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot een maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar wegens bedreiging en diefstal, waartegen hoger beroep is ingesteld. Verdachte zit tevens onherroepelijke gevangenisstraffen uit in andere zaken.
Het hof overweegt dat voorlopige hechtenis in principe voorgaat op executie van gevangenisstraffen, tenzij zwaarwegende persoonlijke belangen van verdachte een uitzondering rechtvaardigen. Gezien het subsidiariteitsbeginsel en de belangen van verdachte en samenleving, wordt het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis toegewezen.
De voorlopige hechtenis wordt geschorst vanaf het moment dat de onherroepelijke straffen worden uitgevoerd, en herleeft bij verlof, strafonderbreking of vrijlating. Het hof stelt voorwaarden aan verdachte om zich te onthouden van strafbare feiten en gehoor te geven aan oproepingen. De schorsing weegt zwaarder dan het belang van voortzetting van voorlopige hechtenis, mede omdat voorlopige hechtenis niet in mindering wordt gebracht op de ISD-maatregel.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis toe en schorst deze vanaf de executie van onherroepelijke gevangenisstraffen tot het einde van de tenuitvoerlegging of vrijlating.