Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] , gemeente Maasgouw,
[geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3.[persoon A] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/302728 / HA ZA 22-120)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de rolbeslissing van 25 april 2023, waarbij [appellante] in de gelegenheid is gesteld [persoon A] op de voet van artikel 118 Rv Pro als partij in het geding op te roepen;
- het oproepingsexploot van 1 mei 2023;
- het tegen [persoon A] verleende verstek;
- de memorie van grieven, met eiswijziging, met producties 15 tot en met 18;
- de memorie van antwoord, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 25 tot en met 31;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met producties 19 en 20;
- de akte van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] , met producties 32 tot en met 35;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H12 formulier van 13 november 2024 door [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] toegezonden producties 36 tot en met 39, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht,
- de akte wijziging/vermindering eis en overleggen stukken van [appellante] , met producties 21 en 22, die bij de mondelinge behandeling in het geding is gebracht.