Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2025:2025

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
200.345.442_02
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 6 lid 1 EVRMArt. 14 lid 1 IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren wegens procesbeslissing

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat de afwezigheid van verweerder in hoger beroep bij de mondelinge behandeling de eerlijkheid van het proces schaadt en de raadsheren partijdig zijn. Verzoekster vond de aanwezigheid van verweerder essentieel om vragen van het hof te kunnen beantwoorden en vroeg om uitstel van de zitting, wat werd afgewezen.

De wrakingskamer heeft het verzoek zonder zitting behandeld en overwogen dat procesbeslissingen in principe geen grond voor wraking vormen, tenzij er objectief gerechtvaardigde aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die aantonen dat de procesbeslissing ingegeven was door vooringenomenheid, noch zijn er aanwijzingen in de motivering van de beslissing die dit zouden ondersteunen.

Daarom concludeert de wrakingskamer dat de rechterlijke onpartijdigheid niet in het geding is en wijst het wrakingsverzoek af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de drie raadsheren op 8 juli 2025.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat geen sprake is van vooringenomenheid bij de raadsheren.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer
registratienummer wraking: 200.345.442/02
datum beslissing: 8 juli 2025
beslissing op het verzoek als bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
in de zaak met nummer 200.345.442/01 van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen:
verzoekster,
advocaat: mr. I.M. van den Heuvel,
tegen:
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans,
strekkende tot wraking van mrs. G.J. Vossestein, A.J.F. Manders en E.F.M. van Swaaij, raadsheren in het team familie- en jeugdrecht van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch (hierna: de raadsheren).

1.Het procesverloop

1.1.
Het wrakingsverzoek is bij e-mail van 7 juli 2025 ter griffie van dit hof ontvangen.
1.2.
De raadsheren hebben de wrakingskamer laten weten niet in de wraking te berusten.
1.3.
De wrakingskamer heeft het verzoek heden zonder een voorafgaande zitting behandeld in raadkamer. De wrakingskamer heeft bepaald dat als volgt zal worden beslist op het verzoek.

2.Het standpunt van verzoeker

2.1.
Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangevoerd dat de advocaat van verweerder in hoger beroep, mr. Heesmans, aan het hof heeft laten weten dat verweerder in hoger beroep vanwege een hem overkomen ongeval niet aanwezig kan zijn op de zitting van 9 juli 2025. Verzoekster acht de aanwezigheid van verweerder in hoger beroep bij de mondelinge behandeling evenwel van essentieel belang, omdat partijen zelf tijdens een zitting vragen van het hof moeten kunnen beantwoorden. De afwezigheid van verweerder in hoger beroep doet volgens verzoekster afbreuk aan de authenticiteit van de mondelinge behandeling. Gelet op het doel van de mondelinge behandeling zal verzoekster wél spontaan antwoord moeten geven op vragen van het hof maar verweerder in hoger beroep niet. Teneinde te voorkomen dat om die reden sprake zal zijn van een ongelijke procespositie, heeft verzoekster om uitstel gevraagd van de zitting, maar dat verzoek hebben de raadsheren afgewezen. Door aan de bezwaren van verzoekster voorbij te gaan wordt het recht op een eerlijk proces geschaad en geven de raadsheren blijk van partijdigheid, aldus verzoekster.

3.Het standpunt van de raadsheren

De raadsheren hebben de wrakingskamer laten weten niet in de wraking te berusten.

4.De beoordeling

4.1.
Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (artikel 36 Rv Pro).
4.2.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM Pro en artikel 14 lid 1 IVBPR Pro dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
4.3.
De rechterlijke beslissing om de behandeling van de zaak al dan niet aan te houden is een procesbeslissing. Het is vaste rechtspraak dat indien een rechter een voor een partij negatieve procesbeslissing neemt, dat in beginsel geen grond oplevert voor wraking. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van een dergelijke beslissing; dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
Een procesbeslissing kan slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die de beslissing heeft genomen.
4.4.
Naar het oordeel van de wrakingskamer heeft verzoekster geen omstandigheden gesteld waaruit kan blijken dat de procesbeslissing (uitsluitend) is ingegeven door vooringenomenheid. Omtrent de bewoordingen van de beslissing is niets gesteld. De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat de door verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden geen grond opleveren voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het verzoek moet derhalve worden afgewezen.

5.De beslissing

Het hof:
wijst het wrakingsverzoek af;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster, verweerder in hoger beroep en de raadsheren.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom, A.M.G. Smit en A.L. Bervoets en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2025.