Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2011;
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014;
- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019.
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
3.De beoordeling
Hoewel gezamenlijk gezag het risico in zich bergt dat het kind klem komt te zitten tussen de
alle vormen van gendergerelateerd geweld die leiden of waarschijnlijk zullen leiden tot fysiek, seksueel of psychologisch letsel of leed of economische schade voor vrouwen, met inbegrip van bedreiging met dit soort geweld, dwang of willekeurige vrijheidsberoving, ongeacht of dit in het openbaar of in de privésfeer geschiedt.” en op welk geweld het Verdrag aldus van toepassing is. Voorts vermeldt het Verdrag dat slachtoffers van ‘geweld tegen vrouwen’ alle natuurlijke personen zijn die worden blootgesteld aan deze gedragingen (sub b). De kinderen, die getuige zijn geweest van de gedragingen van de vader, zijn derhalve ook slachtoffer van het geweld van de vader tegen de moeder.