Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
‘Op een filmpje is duidelijk te zien dat [slachtoffer] wederom oraal aan het bevredigen is.’Uit de eigen waarneming van de rechtbank, als vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting d.d. 23 mei 2024, blijkt dat het originele bestand van het filmpje weliswaar donkerder is, maar dat in de kern de seksuele handelingen – waaronder het vasthouden, pijpen en aftrekken van een penis door een vrouwspersoon – daarop te zien zijn en aldus door de rechtbank zijn waargenomen.
(en/of daarvan filmopnamen te maken met zijn telefoon)[cursivering door hof]” en van het derde gedachtestreepje onder feit 1, inhoudende “zich te laten aftrekken door die [slachtoffer] (…)
(en/of daarvan filmopnamen te maken met zijn telefoon)[cursivering door hof], zal het hof dit verweer verwerpen nu dit weerlegd wordt door de bewijsmiddelen. Immers, de verdachte erkent dat hij dit heeft gefilmd en ook [slachtoffer] heeft dit bevestigd in haar schriftelijke verklaring. Bovendien staat op grond van het voorgaande vast dat het dít filmpje is waarop het kinderpornografisch materiaal (als tenlastegelegd onder feit 2) is aangetroffen.
NJ1971/374 en HR 28 oktober 1975,
NJ1976/120). Voor het aannemen van “schennis van de eerbaarheid” is niet vereist dat het menselijk lichaam of delen daarvan onbekleed waarneembaar zijn. Onder omstandigheden kan ook de confrontatie met gedragingen waarbij het menselijk lichaam of delen ervan niet onbekleed waarneembaar zijn, voor het normaal ontwikkelde schaamtegevoel kwetsend zijn. Voor een bewezenverklaring ter zake van dit misdrijf is voorts vereist dat de verdachte opzet heeft gehad op het schenden van de eerbaarheid, waaronder voorwaardelijk opzet is begrepen. Beslissend is de waarneembaarheid van het onzedelijke (want in strijd met de eerbaarheid gepleegde) gedrag (vgl. HR 29 juni 1942, ECLI:NL:HR:1942:22). Het begrip ‘zijns ondanks’ dient te worden opgevat als tegen de wil geconfronteerd worden met het vorenbedoelde gedrag, daaronder is een onverhoedse confrontatie begrepen.
- het tenlastegelegde onder feit 2 en het tenlastegelegde onder het eerste en derde gedachtestreepje van feit 1 voor zover het de gefilmde handelingen betreft;
- het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno onder feit 2;
- het tenlastegelegde van feit 1 en feit 3.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
5 (vijf) jaren;