Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft het hoger beroep behandeld tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van medeplegen van gijzeling en andere ernstige feiten binnen het criminele milieu.
Het hof oordeelt dat er voldoende ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte en dat het feit, medeplegen van gijzeling, een strafbaar feit is met een maximale straf van 12 jaar of meer, wat een ernstige schok voor de rechtsorde betekent. Daarnaast is er sprake van gevaar voor herhaling, mede gelet op de context van het drugs milieu en de mentale gesteldheid van verdachte.
Hoewel het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen, wijst het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toe voor bepaalde tijd, tot aan de einduitspraak in eerste aanleg. Aan de schorsing worden strikte voorwaarden verbonden, waaronder elektronisch toezicht, een locatieverbod, meldingsplicht, gedragsinterventies en het vermijden van contact met medeverdachten.
Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, omdat de wet dit hoger beroep niet toestaat. De schorsing wordt verleend met het oog op de psychische impact en het belang van het voortzetten van de opleiding van verdachte.