Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige 1],
[minderjarige 2],
[minderjarige 3],
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Haring;
- de vader, bijgestaan door mr. Wilhelmus;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 15 januari 2025;
- het V6-formulier met bijlagen (begeleidend schrijven en producties A t/m J) van de advocaat van de moeder van 26 juni 2025;
- het V6-formulier met bijlagen (producties K, L en M) van de advocaat van de moeder van 27 juni 2025;
- het V6-formulier met bijlagen (ontbrekende producties in het procesdossier van de eerste aanleg) van 27 juni 2025;
- het V6-formulier met bijlagen (ontbrekende producties in het procesdossier van de eerste aanleg) van de advocaat van de moeder van 2 juli 2025;
- het V6-formulier met bijlagen (ontbrekende producties in het procesdossier van de eerste aanleg) van de advocaat van de moeder van 3 juli 2025;
- het e-mailbericht met bijlagen (ontbrekende producties in het procesdossier van de eerste aanleg) van de advocaat van de moeder van 10 juli 2025;
- de tijdens de mondelinge behandeling door mr. Haring overgelegde en gedeeltelijk voorgedragen pleitnotitie.
3.De beoordeling
zaaknummer C/03/251376 / FA RK 18-2247heeft de vader bij inleidend verzoek van 15 juni 2018 verzocht om – kort en zakelijk weergegeven – hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [minderjarige 1] en vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 1] . In die procedure is bij tussen beschikking van 25 juni 2018 op grond van artikel 1:212 BW Pro een bijzondere curator benoemd en is bij beschikking van 11 juli 2018 een raadsonderzoek gelast.
zaaknummer C/03/271748 / FA RK 19-4379de vader bij inleidend verzoek van 28 november 2019 verzocht om – kort en zakelijk weergegeven – hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , die – kort gezegd – de rechtbank juist acht.
Bij beschikking van 9 december 2019 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht een bijzondere curator ex artikel 1:212 BW Pro benoemd.
beide zaaknummers(
C/03/251376 / FA RK 18-2247en
C/03/271748 / FA RK 19-437)heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bij beschikking van 29 september 2020 een informatieregeling vastgesteld, een voorlopige omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld, in die zin dat de omgang plaatsvinden onder professionele begeleiding van [instantie 1] (BOR niveau 2), waarbij de invulling van de BOR wordt overgelaten aan de professionals van [instantie 1] .
beide zaaknummersheeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bij beschikking van 25 oktober 2021 bepaald dat een BOR zal plaatsvinden middels [instantie 1] (BOR, niveau 2) en de contacten tussen [minderjarige 1] en de vader, voorlopig, totdat daarover nader door de rechtbank wordt beslist, zullen plaatsvinden onder professionele begeleiding van [instantie 1] , waarbij de BOR-professional de regie over de contacten heeft, en waarbij aanvankelijk zal moeten worden ingezet op laagdrempelige contacten op afstand tussen de vader en [minderjarige 1] , en statusvoorlichting aan de tweeling, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , waarna vervolgens zal moeten worden bekeken of het mogelijk is om de tweeling bij de contacten (op afstand) tussen de vader en [minderjarige 1] te betrekken, als onder 5 van die beschikking overwogen.
beide zaaknummersheeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bij beschikking van 3 mei 2023 bepaald dat de contacten tussen de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de vader voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, zullen plaatsvinden in het kader van een BOR 2 onder volledige leiding en regie van de professionals van [instantie 1] , waarbij aanvankelijk zal moeten worden ingezet op eventuele verdere statusvoorlichting aan de tweeling, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , en laagdrempelige contacten op afstand tussen de vader en de kinderen.
beide zaaknummersheeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , in de
bestreden beschikkingvan 14 augustus 2024 bepaald dat [minderjarige 1] en de vader met ingang van 24 augustus 2024, voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, omgang met elkaar hebben om de twee weken op zaterdag, de eerste vier weken van 13.00 uur tot 17.00 uur en daarna van 09.00 uur tot 17.00 uur. De ouders dienen ervoor zorg te dragen dat zij elkaar bij de overdrachtsmomenten niet treffen.
papa mist jullie en houdt van jullie”. Hij heeft geen ‘gekke’ dingen op de muur gespoten.
voorlopigebeslissing over de omgang dient te worden genomen. De procedure in eerste aanleg loopt nog, waarin het eerst aan de rechtbank is om een definitieve beslissing over de omgang te nemen.
“Desgevraagd was er geen sprake van gedwongen seksueel contact, echter voelde moeder zich zo angstig dat zij vader seks 'heeft gegeven' in de hoop dat hij rustig de woning zou verlaten daarna. Als de raadsonderzoeker moeder aangeeft dat moeder in haar gedrag niet duidelijk is richting vader en hiermee deze 'ongezonde' relatie ook in stand houdt, herkent moeder dit gedeeltelijk. Zij erkent dat zij hiermee onduidelijk is voor vader. Aan de andere kant kon ze ook niet anders vanuit haar grote angst voor vader. Moeder heeft altijd geprobeerd keuzes te maken vanuit het belang van de kinderen. Door af en toe toe te geven aan vader, hoopte zij dat het rustig bleef. De kinderen hebben namelijk veel meegekregen van alle hoogoplopende spanningen en ruzies. Moeder geeft aan dat zij in deze periode veelal aan de bel heeft getrokken bij hulpverlening, de raad en politie, echter deed niemand iets.” Het hof begrijpt deze situatie als een voor de moeder onveilige en bedreigende situatie, waarin zij zich genoodzaakt heeft gevoeld toe te geven aan de wensen van de vader, nadat de vader met geweld toegang tot de woning heeft afgedwongen en zij verdere escalaties hoopte te voorkomen en de kinderen niet aan nog meer geweld wilde blootstellen.
“Behalve aan deze overval op een oude dame, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling en huisvredebreuk bij het huis van zijn ex-partner. Verdachte is, zo geeft hij zelf ook aan, in geëmotioneerde toestand naar de woning van zijn ex-partner gegaan en heeft het rolluik en het raam aan de voordeur vernield. Zijn ex-partner en de kinderen, waaronder een pasgeboren tweeling, waren op dat moment in de woning en verkeerden in angst. Angst vanwege het feit zelf, maar ongetwijfeld ook angst omdat ze niet wisten wat er verder zou gebeuren. Verdachte bekent de vernieling van het rolluik en het deurraam, maar plaatst ter terechtzitting de reden voor dit gedrag en de schuld buiten zichzelf. Hij ziet echter wel in, dat dit een verkeerde actie was, die niet bijdraagt aan de oplossing van de problemen met de omgangsregeling met zijn kinderen.”In de daaropvolgende beschikking 25 oktober 2021, waarbij een BOR-regeling is opgelegd, overweegt de rechtbank:
“De rechtbank verwacht van de moeder dat zij zich houdt aan het door [instantie 1] op te stellen begeleidingsplan en de afgesproken data en dat zij (zoals binnen de BOR gebruikelijk is) aanwijzingen van de professionals opvolgt, de kinderen naar eventuele afspraken brengt en weer ophaalt en positief in woord en daad naar de kinderen uitstraalt dat contact met de vader goed voor hen is en dat ze mogen genieten van het contact met de vader.”De omgang diende in de penitentiaire inrichting plaats te vinden, aldus vanwege de veroordeling van de vader voor het huiselijk geweld tegen de moeder in het bijzijn van de kinderen.
Helaas niet voor rede vatbaar. Er valt niet op een normale manier met [de vader] te communiceren, hij springt van de hak op de tak en kan alleen met een luide stem, dan wel schreeuwend communiceren. (…) Wij hebben [de vader] voor de woning weggestuurd en medegedeeld dat hij moet stoppen met het opzoeken van [de moeder] en de kinderen. Ook medegedeeld dat hij niet langs de school moet gaan. [De rapporteur] werd later op de dag gebeld en vernam dat [de vader] (…) toch op de school was geweest. Hij had hier enorm staan schreeuwen en uitspraken gedaan zoals: “Als ik mijn kinderen niet mag zien, neem ik ze mee en zien jullie ze nooit meer.” De school vind dit heel zorgelijk en zowel de docenten als de ouders voelen zich niet veilig. Op dit moment is er geen strafbaar feit gepleegd, dus kunnen we daar niks.”
waarom zij de politie belt als ze toch doet waar ze zelf zin in heeft, zonder dat ze ook maar een enkel advies van VT, de rechter of de school aanneemt.” en dat de rapporteur zegt “
dat gezien de veroordeling tot dwangsommen ze zelf heeft veroorzaakt dat vader daar steeds aan de deur staat en dat zij dan niet steeds de politie kan blijven bellen.”
4.De beslissing
voorlopigeomgangsregeling tussen de vader en de kinderen vast: