ECLI:NL:GHSHE:2025:2449
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late indiening na elektronische betekening
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken wegens overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, en daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één week. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij werd vastgesteld dat de dagvaarding niet persoonlijk aan de verdachte was betekend en dat de verdachte niet aanwezig was bij de politierechter, die verstek verleende. De mededeling van het vonnis werd op 4 juli 2023 elektronisch in de Berichtenbox van MijnOverheid geplaatst. De verdachte heeft zich op 5 februari 2025 via tweefactorauthenticatie toegang verschaft tot deze elektronische voorziening, wat volgens artikel 36f, tweede lid, Sv geldt als betekening in persoon.
De wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep begon daarop te lopen en bedroeg veertien dagen. Het hoger beroep werd echter pas op 12 maart 2025 ingesteld, na het verstrijken van deze termijn. De verdediging voerde aan dat een derde namens de verdachte had ingelogd en de mededeling niet had gezien, maar het hof oordeelde dat de verdachte verantwoordelijk blijft voor kennisneming van berichten in zijn Berichtenbox, ook als hij inloggegevens aan anderen verstrekt.
Daarom werd het hoger beroep als te laat ingediend beschouwd en werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn na elektronische betekening.