Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[naam verdachte] ,
hij – als leraar ( [vakgebied] ) op het [naam school] te [plaatnaam] – in of omstreeks de periode van 1 maart 2017 tot en met 27 december 2017 te [plaatnaam] , in de gemeente [plaatnaam] en/of in de gemeente [plaatnaam] en/of in de gemeente [plaatnaam] en/of in de gemeente [plaatnaam] en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [aangeefster] , geboren op [geboorte datum slachtoffer] , door meermalen, althans eenmaal, (telkens)
hij in of omstreeks de periode van 28 december 2017 tot en met 31 december 2021 te [plaatnaam] , in de gemeente [plaatnaam] en/of in de gemeente [plaatnaam] en/of in de gemeente [plaatnaam] en/of in de gemeente [plaatnaam] en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, en/of te [plaatnaam] in België, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
hij
‘Hey, niet van me gaan houden hè, dan wordt mevrouw [naam 2] boos HAHAHAH. Sorry, foute grap. Maar ik ben maar een kind hè. Weliswaar een kind met veel bagage en ik begrijp goed dat u dan wat vaderlijke gevoelens kweekt (vooral als wij zo veel (open!) contact hebben en mijn eigen vader geen rol meer heeft), maar ik denk niet dat u daar te ver in moet gaan.”. Op 14 mei 2017 schrijft het slachtoffer aan de verdachte:
‘Ik vind het niet fijn dat u die vergelijking maakt. Het interesseert me echt niet hoe vaak u aan [naam 2] . denkt. U hoeft ook niet (te proberen) te bewijzen dat u meer aan mij denkt dan aan haar. Daar voel ik me raar door. Ik wil niet vergeleken worden met iemand met wie u spanningen had/hebt. Ik ben een meisje. Weliswaar met een hele vreemde vriendschap. Maar het is wel een vriendschap en niet meer dan dat’. Ook door de school was de verdachte al in maart 2017 gewaarschuwd en was het hem verboden om buiten de school om contact te onderhouden met het slachtoffer. De verdachte heeft zich van dit alles evenwel niets aangetrokken en hij heeft meteen via de weg van een uitgebreide mailwisseling zijn eigen seksuele behoeftes vooropgesteld verdekt onder het mom van goedbedoelde zorg voor het kwetsbare slachtoffer, welke zorg zij in zijn ogen, alleen c.q. vooral van hem kon krijgen. Die houding ventileerde de verdachte niet alleen in zijn verhoor bij de politie (dossierpagina 112), maar ook nog op de zitting in hoger beroep. Aldus is hij voorbijgegaan aan de impact van zijn handelen op het slachtoffer, die juist op school en bij haar docent en mentor veilig had moeten zijn. Bij de beoordeling van de ernst van het door de verdachte gepleegde feit weegt het hof mee dat de ontucht in die maand zeer frequent heeft plaatsgevonden, volgens het slachtoffer bijna dagelijks. In die periode is het slachtoffer -door het doelbewust onveilige seksuele contact van verdachte- zwanger geraakt, welke zwangerschap (van 9 weken en 6 dagen) op [datum] door middel van een abortus is afgebroken. Dat het bewezenverklaarde feit tot op de dag van vandaag nog steeds impact heeft op het slachtoffer blijkt uit hetgeen de advocaat van het slachtoffer ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard. Daarbij komt dat de verdachte, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, naar het oordeel van het hof, onvoldoende doordrongen is van de ernst en de laakbaarheid van zijn handelen.
- € 13.589,69 studieschuld DUO;
- € 770,00 eigen risico zorgverzekering;
- € 98,85 kosten vaststelling schade en aansprakelijkheid.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
dadelijk uitvoerbaaris;
€ 20.098,85 (zegge: twintigduizend achtennegentig euro en vijfentachtig cent)bestaande uit een bedrag van
€ 98,85 (zegge: achtennegentig euro en vijfentachtig cent)als vergoeding van materiële schade en
€ 20.098,85 (zegge: twintigduizend achtennegentig euro en vijfentachtig cent)bestaande uit
€ 98,85 (zegge: achtennegentig euro en vijfentachtig cent)materiële schade en
€ 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro)immateriële schade, te vermeerderden met de wettelijke rente op de wijze als hierna vermeld, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 135 (honderdvijfendertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;