In deze strafzaak stond het bezit van een schietklaar vuurwapen met munitie in een woonwijk te Bergen op Zoom centraal. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor dit feit, waarbij de poging tot doodslag niet strafbaar werd verklaard en de verdachte daarvoor werd ontslagen van rechtsvervolging.
Het hoger beroep betrof uitsluitend de veroordeling voor het vuurwapenbezit. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de straf, terwijl de verdediging pleitte voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof oordeelde dat het bezit van vuurwapens in de openbare ruimte een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in principe passend is. Echter, gezien de positieve ontwikkelingen in het persoonlijke leven van de verdachte, waaronder PTSS-behandeling en het verlies van een familielid, achtte het hof een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend.
Daarom legde het hof een taakstraf van 240 uur op, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een proeftijd van twee jaar. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en stimuleert recidivepreventie. Het vonnis van de rechtbank werd in zoverre vernietigd en opnieuw beslist.