Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2025:2765

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
000774-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Wetboek van StrafvorderingArt. 27 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging voorlopige hechtenis wegens ernstige mensenhandel en risico recidive

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 2 oktober 2025 de vordering van de advocaat-generaal toegewezen tot verlenging van het bevel tot gevangenhouding van verdachte, die verdacht wordt van mensenhandel met seksuele uitbuiting van vijf kwetsbare vrouwen, waaronder één minderjarige.

Tijdens de zitting is het verzoek van verdachte om schorsing van de voorlopige hechtenis behandeld. Hoewel verdachte voorafgaand aan zijn veroordeling in eerste aanleg ongeveer tweeënhalf jaar geschorst is geweest, oordeelt het hof dat dit niet automatisch betekent dat de voorlopige hechtenis opnieuw geschorst kan worden. Het hof benadrukt dat de invrijheidstelling van een verdachte die schuldig is bevonden aan ernstige mensenhandel kan leiden tot een geschokte rechtsorde, wat het vertrouwen in het rechtssysteem schaadt.

Het hof stelt vast dat verdachte doelbewust en planmatig meerdere kwetsbare vrouwen seksueel heeft uitgebuit, wat duidt op een hoog niveau van berekening en een bewuste keuze voor ernstige strafbare feiten. Het financiële motief zonder moreel besef verhoogt het risico op herhaling. Daarom acht het hof het gevaar voor recidive zodanig dat schorsing van de voorlopige hechtenis niet passend is. De geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding wordt verlengd met 120 dagen en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt verlengd met 120 dagen en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Parketnummer 1e aanleg : [nummer]
Parketnummer : [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van 28 augustus 2025 strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van

[naam verdachte]

geboren te [plaats en datum] 1983
wonende te [adres]
thans gedetineerd te [HvB]
Dit bevel is gegrond op artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en van kracht tot 11 juli 2025.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman
mr. G.W.L.A.M. Koppen.
Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie 's-Hertogenbosch, van 11 juli 2025 een vrijheidsbenemende straf is opgelegd voor de duur van 4 jaren gevangenisstraf met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het op grond van artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering verlengde bevel tot gevangenhouding.
Namens verdachte is ter zitting in raadkamer verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis. In dat verband is aangevoerd dat verdachte gedurende de berechting in eerste aanleg langdurig, te weten ongeveer twee en half jaar, geschorst is geweest.
Het hof oordeelt als volgt.
De invrijheidstelling van een verdachte die schuldig is bevonden aan mensenhandel, waarbij in casu sprake is van seksuele uitbuiting van 5 kwetsbare vrouwen, waarvan 1 minderjarig is, kan leiden tot een gevoel van onrechtvaardigheid en onzekerheid binnen de maatschappij. Dit raakt aan het vertrouwen van burgers in het rechtssysteem en in de bescherming die de staat biedt tegen ernstige misdrijven.
Derhalve kan worden geoordeeld dat de invrijheidstelling in deze situatie leidt tot een geschokte rechtsorde. Dit begrip duidt op een situatie waarin het gevoel van recht en gerechtigheid binnen de samenleving ernstig wordt aangetast, waardoor de rechtsorde – het fundament van het maatschappelijk samenleven – onder druk komt te staan. Het belang van het handhaven van deze rechtsorde vereist dat bij de beslissing tot invrijheidstelling de ernst van het delict, de rol en de omstandigheden van de verdachte, alsmede de aard van het gepleegde feit van belang is.
Gedurende een langere periode heeft verdachte vermoedelijk meerdere kwetsbare vrouwen seksueel uitgebuit. Deze handelwijze, waarbij de verdachte doelbewust en planmatig te werk is gegaan, duidt op een hoog niveau van berekening en een bewuste keuze om ernstige strafbare feiten te plegen.
Dat de verdachte deze weg louter heeft gekozen uit financieel gewin, zonder blijk te geven van enig moreel besef jegens de aangeefsters, doet blijken van een mentaliteit bij verdachte, die ernstig doet vrezen voor herhaling. Het hof is derhalve van oordeel dat thans in dit stadium van het strafrechtelijk onderzoek dit gevaar voor herhaling niet kan worden ondervangen door aan een schorsing van de voorlopige hechtenis te verbinden voorwaarden.
De omstandigheid dat de verdachte voorafgaand aan zijn veroordeling ongeveer twee en een half jaar geschorst is geweest leidt het hof in dit geval niet tot een ander oordeel, waarbij het hof in aanmerking heeft genomen dat de rechtbank destijds heeft overwogen dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt geschorst gelet op het gegeven dat er toen nog geen zicht was op een inhoudelijke behandeling van de zaak binnen een termijn van zes maanden.
Het hof wijst derhalve af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

BESCHIKKENDE:

Verlengtde geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen.

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 2 oktober 2025
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. N.J.L.M. Tuijn, raadsheren, in tegenwoordigheid van B. Yazi, griffier.
De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.
’s-Hertogenbosch, 2 oktober 2025
De advocaat-generaal,
Gezien d.d.
De Directeur van thans gedetineerd te [detentieplaats]