In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is de verdachte schuldig bevonden aan diefstal gevolgd door geweld, mishandeling en overtreding van de Wet wapens en munitie. De verdediging voerde noodweer en ontoerekenbaarheid aan, maar het hof verwierp deze verweren op basis van het bewijs en deskundigenrapporten.
Het hof oordeelde dat de verdachte de mishandeling heeft gepleegd zonder dat sprake was van een noodweersituatie. De psychische toestand van de verdachte leidde tot een verminderde toerekenbaarheid, maar niet tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast legde het hof een maatregel terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden op, gebaseerd op het advies van gedragsdeskundigen en de reclassering. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar en voorziet in langdurige psychiatrische zorg en toezicht. Tevens werd een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd om intensief toezicht na afloop van de TBS mogelijk te maken.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven vanwege de duur van de opgelegde straf. De verdachte moet zich houden aan strikte voorwaarden, waaronder medewerking aan reclasseringstoezicht, opname in een zorginstelling, en naleving van een alcohol- en drugsverbod. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van een deel van de tenlastelegging.