De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor belaging wegens het stelselmatig en wederrechtelijk opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door herhaaldelijk telefonisch, per mail en via WhatsApp contact te zoeken, ondanks verzoeken en een stopgesprek om dit te staken.
In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring dat de verdachte tussen 1 juli 2023 en 13 november 2023 het slachtoffer meerdere malen heeft benaderd met het oogmerk haar te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. De verdediging voerde verweer tegen wederrechtelijkheid, stelselmatigheid en opzet, maar dit werd verworpen op grond van de bewijsmiddelen.
Het hof legt een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur op, lager dan in eerste aanleg, met een contactverbod gedurende twee jaar. Tevens wordt een schadevergoedingsmaatregel van 500 euro voor immateriële schade aan het slachtoffer opgelegd, met wettelijke rente en een gijzelingstermijn van maximaal tien dagen bij niet-betaling.
De straf en maatregelen zijn mede gebaseerd op de ernst van de normschending, de impact op het slachtoffer en haar gezin, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die inziet dat zijn handelen onjuist was maar dit niet persoonlijk tegen het slachtoffer richtte. Het contactverbod wordt gehandhaafd vanwege het risico op herhaling.