ECLI:NL:GHSHE:2025:3129
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan belang na schadeafwikkeling attractieongeval
In deze strafzaak tegen verdachte, die leiding gaf aan verboden gedragingen waardoor zwaar lichamelijk letsel ontstond bij een ander, heeft de rechtbank verdachte veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis. Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de procedure heeft verdachte met de verzekeraars van de slachtoffers een schriftelijke schadeafwikkelingsovereenkomst gesloten, waarbij de eerste termijnbetaling reeds is voldaan.
De verdediging en het Openbaar Ministerie hebben daarop gezamenlijk verzocht het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang. Het hof constateerde dat er geen inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep heeft plaatsgevonden en dat verdachte geen belang meer hecht aan voortzetting van het hoger beroep. Het Openbaar Ministerie stelde zich niet op het standpunt dat het hoger beroep moest worden voortgezet.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van zwaarwegende algemene belangen, heeft het hof toepassing gegeven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is de uitspraak van de rechtbank in stand gebleven zonder inhoudelijke behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang na schadeafwikkeling.