Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg (zonder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg) en producties, ingekomen ter griffie op 29 april 2025;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met producties, alsmede een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro en akte wijziging eis, ingekomen ter griffie op 30 juni 2025;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep alsmede verweer in voorlopige voorziening en antwoordakte wijziging van eis met producties, ingekomen ter griffie op 15 juli 2025;
3.De beoordeling in het principaal en incidenteel hoger beroep
De situatie is zo verbeterd dat ik bereid was nog een stap verder te gaan. Ik stapte naar [direct leidinggevende] met het voorstel om de oorspronkelijke situatie rondom de auto te herstellen, dat wil zeggen dat ik naar de andere vestigingen rechtsreeks zou rijden, vertrekkend van huis om 7:00 uur.
Naar het oordeel van het hof heeft [de werknemer] dat in alle redelijkheid mogen aankaarten. Dat [de werkgever] de uitleg en toepassing van de cao en het feit dat [de werknemer] opkomt voor zijn rechten lastig vindt, moge zo zijn, maar dat dient zij [de werknemer] niet in de schoenen te schuiven. [de werknemer] hoefde naar het oordeel van het hof dan ook niet, en zeker niet voetstoots te accepteren dat zijn werkdag, per juni 2021 (structureel) met 2 uur zou worden verlengd en uit zou komen op in totaal 11 uur.
Tot slot heeft [direct leidinggevende] ter zitting in hoger beroep een beschrijving gegeven van het agressieve gedrag van [de werknemer] : “ogen spuwen vuur, dan knapt zijn nek en gaat hij snuiven”. [direct leidinggevende] ervaart dit gedrag klaarblijkelijk als bedreigend, maar het hof kwalificeert dit (non verbale) gedrag niet als agressief.
We hebben benadrukt dat het feit dat je kritisch bent, bijvoorbeeld op de manier waarop we de cao zijn gaan toepassen, geenszins van invloed is op onze evaluatie van de ontstane situatie. We stellen het juist op prijs als werknemers (kritisch) met ons meedenken om onze organisatie te verbeteren. De manier waarop je echter op vele vlakken communiceert en handelt, vinden wij echter wel een probleem. Bij alles ben je achterdochtig en ben je het er niet mee eens. Je geeft - ondanks onze pogingen om je met fluwelen handschoenen te behandelen - steeds aan dat je je onheus bejegend voelt en dat je een onprettig en onveilig gevoel erbij hebt. Je vervalt daarbij steeds in een defensieve houding richting je leidinggevenden. Dit duurt inmiddels zo lang dat wij eigenlijk denken dat dit niet meer te herstellen is.
Van duiding op enig moment vanaf 2021 wat er verbeterd moet worden is voorts niet gebleken, [de werkgever] heeft bovendien ook zelf erkend geen “formeel traject” (waarmee zij wellicht doelt op een verbetertraject) op enig onderdeel te hebben ingezet.
Financiële verslaglegging vindt geconsolideerd plaats. Dit is klip en klaar opgenomen in het jaarverslag 2024 van Holland Casino, zoals door [de werkgever] ook als zodanig erkend. Onder het kopje “dochterondernemingen” staat bovendien:
Het enkele verwijzen naar het feit dat de aanleiding voor de verwerving van een meerderheidsbelang in [de werkgever] ‘
voornamelijk’fiscaal van aard was (zoals inderdaad te vinden is op pagina 85 van het Jaarverslag Holland Casino 2018, productie 9 Verweerschrift in Hoger Beroep) is onvoldoende. Dit laat de door Holland Casino zelf gestelde feitelijk beleidsbepalende invloed immers onverlet.
[de werkgever] stelt, maar heeft niet voldoende onderbouwd, dat partijen geen concrete afspraken meer kunnen maken om tot een samenwerking te komen. Het hof acht daarbij van belang dat het in de kern [direct leidinggevende] is die stelt dat er met hem een verstoorde relatie is en het [direct leidinggevende] is die niet meer met [de werknemer] verder wil. Voor zover er strubbelingen zijn in de communicatie tussen [de werknemer] en [direct leidinggevende] heeft te gelden dat partijen niet hebben betwist dat [direct leidinggevende] in beginsel gemiddeld slechts één keer per week in [plaats] is, dat [direct leidinggevende] en [de werknemer] binnen de groep van collega’s op zich prima met elkaar over weg kunnen en zij tijdens de pauzes die zij samen doorbrengen kunnen praten over dagelijkse dingen.
€ 178,-
4.De beslissing
(voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen) voor het overige;