ECLI:NL:GHSHE:2025:316

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
20-002123-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken grieven bij diefstal op besloten erf

In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken voor diefstal op een besloten erf waarop een woning staat, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De politierechter heeft daarnaast de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, maar heeft geen schriftelijke grieven ingediend, noch mondeling bezwaren geuit tijdens de terechtzitting. Ook heeft verdachte geen raadsman gemachtigd om grieven namens hem in te dienen. De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

Het hof heeft dit verzoek gevolgd en het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor blijft het vonnis van de politierechter ongewijzigd en wordt het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 31 januari 2025. De raadsheer M.M. Koevoets was wegens omstandigheden niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingediende grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002123-24
Uitspraak : 31 januari 2025
VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 9 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-192882-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van
“diefstal op een besloten erf waarop een woning staat door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is beslist over inbeslaggenomen voorwerpen. Verder heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, omdat er door of namens de verdachte geen grieven zijn ingediend.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman of raadsvrouw heeft gemachtigd dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,
mr. S.C. van Duijn en mr. M.M. Koevoets, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,
en op 31 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.M. Koevoets is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.