Op 22 juli 2023 reed de verdachte op de Viaductweg te Maastricht met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur, terwijl de maximumsnelheid 50 kilometer per uur bedroeg. De kantonrechter sprak de verdachte vrij van de tenlastegelegde overtreding, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en het bewezenverklaarde vastgesteld op basis van een bekennende verklaring van de verdachte en proces-verbaal van overtreding. Het hof oordeelde dat de afstand tussen het gebodsbord en de meetplaats minimaal 150 meter bedroeg, meer dan de vereiste 140 meter volgens de aanwijzing meting snelheidsovertredingen.
De verdachte voerde aan dat het aanvullend proces-verbaal slechts één dag voor de zitting werd toegezonden en dat dit onbetrouwbaar was, maar het hof verwierp deze bezwaren. Gelet op de ernst van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte legde het hof een geldboete van €419,- op, subsidiair 8 dagen hechtenis.