Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’ (feit 1), en
- ‘in het openbaar, mondeling, tot enig strafbaar feit opruien’ (feit 3),
Het hof heeft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot het bedrag van € 910,00, bestaande uit een bedrag van € 410,00 aan materiële schade en een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 410,00 vanaf 25 januari 2021 en over een bedrag van € 500,00 vanaf 2 oktober 2020, telkens tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof heeft de vordering op het punt van de meer gevorderde immateriële schade ad € 1.500,00 afgewezen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, met bepaling dat de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Het hof heeft de verdachte veroordeeld in de proceskosten, welke kosten aan de zijde van de benadeelde partij zijn begroot op nihil. Ten slotte is ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
hij op of omstreeks 2 oktober 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] en/of een of meerdere leerling(en) en/of lera(a)r(en) van de basisschool de [school] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door die [slachtoffer] en/of een of meerdere leerling(en) en/of lera(a)r(en) van de basisschool de [school] dreigend de woorden toe te voegen:
hij op of omstreeks 2 oktober 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, in het openbaar, te weten op/aan [adres 2] , mondeling, tot enig strafbaar feit heeft opgeruid, door eenmaal of meermalen tegen zijn, verdachtes, zoon de volgende woorden te roepen: “Maak hem kapot, zodat hij niets meer kan doen”.
hij op 2 oktober 2020 te Eindhoven [slachtoffer] en meerdere leerlingen en leraren van de basisschool de [school] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] en/of meerdere leerlingen en/of leraren van de basisschool de [school] dreigend de woorden toe te voegen:
hij op 2 oktober 2020 te Eindhoven, in het openbaar, te weten op/aan [adres 2] , mondeling, tot enig strafbaar feit heeft opgeruid, door tegen zijn, verdachtes, zoon de volgende woorden te roepen: “Maak hem kapot, zodat hij niets meer kan doen”.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 oktober 2020 (dossierpagina’s 4 tot en met 6), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2020 (dossierpagina’s 12 en 13), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
- Ik schiet iedereen af;
- Ik ga hetzelfde doen als in Amerika en schiet iedereen dood.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2020 (dossierpagina’s 14 tot en met 16), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 oktober 2020 (dossierpagina’s 18 tot en met 20), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 oktober 2020 (dossierpagina’s 21 tot en met 23), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :
Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 november 2020 (PL2100-2020224661-24), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 3] :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 oktober 2020 (dossierpagina’s 7 tot en met 10, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever 1] :
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
meermalen gepleegd.
in het openbaar, mondeling tot enig strafbaar feit opruien.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 1.410,00 (zegge: duizend vierhonderdtien euro)bestaande uit
€ 410,00 (zegge: vierhonderdtien euro)materiële schade en
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro)aan immateriële schade af;
€ 1.410,00 (zegge: duizend vierhonderdtien euro)bestaande uit
€ 410,00 (zegge: vierhonderdtien euro)materiële schade en
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste
24 (vierentwintig)dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;