ECLI:NL:GHSHE:2025:329
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.T.F.M. van Krieken
- C.P.J. Scheele
- J.H. de Krijger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvonnis wegens verduistering en vaststelling betalingsverplichting
In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd waarin een wederrechtelijk verkregen voordeel van €189.315,99 is vastgesteld. De betrokkene werd veroordeeld voor verduistering van twee geldbedragen, respectievelijk €118.255,26 en €71.060,73. De rechtbank legde een betalingsverplichting op van €113.255,26 en bepaalde een gijzelingstermijn van 1080 dagen bij niet-betaling.
De verdediging stelde primair dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was in de ontnemingsvordering en subsidiair dat de vordering afgewezen moest worden. Het hof heeft deze verweren verworpen en zich aangesloten bij de redenering van de rechtbank. Het hof verduidelijkte tevens de wettelijke grondslag van het ontnemingsvonnis, ontleend aan artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De bewijsmiddelen waarop het hof zijn oordeel baseert, worden in geval van cassatieberoep nader toegelicht in een aanvullende bijlage. Het arrest werd op 6 februari 2025 uitgesproken door de meervoudige kamer van het hof.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontnemingsvonnis met een betalingsverplichting van €113.255,26 en een gijzelingstermijn van 1080 dagen.