De verdachte veroorzaakte op 30 juli 2021 te Ossenisse een eenzijdig verkeersongeval waarbij zijn bijrijder om het leven kwam. Het hof acht bewezen dat de verdachte met een veel te hoge snelheid (rond 130 km/u in een 60 km/u zone) reed en onvoldoende snelheid verminderde bij een bocht, waardoor hij de controle verloor en tegen twee bomen botste.
De verdediging voerde aan dat de verdachte mogelijk onwel was geworden en bewustzijnsverlies had, wat verontschuldigbare onmacht zou opleveren. Het hof oordeelde echter dat dit niet aannemelijk was, mede op basis van forensisch en medisch onderzoek, de snelheidscurves uit de Event Data Recorder en de aanwezigheid van een driftspoor, wat wijst op bewuste stuurbewegingen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een rijontzegging van twee jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn blanco strafblad en de impact van het ongeval op zijn leven.