ECLI:NL:GHSHE:2025:3500

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
20-000077-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 OpiumwetArt. 10a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor medeplegen voorbereiden vervaardiging MDMA op boerenerf

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 26 november 2025 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter die verdachte veroordeelde tot 12 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het voorbereiden van een feit als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet.

De zaak betrof de vondst van een drugslab op het perceel van verdachte, waar grote hoeveelheden grondstoffen, chemicaliën en apparatuur voor de productie van MDMA werden aangetroffen. De politie trof onder meer IBC-vaten, gasflessen, vrieskisten, jerrycans met chemicaliën en restanten van MDMA aan in verschillende ruimtes op het terrein.

Verdachte voerde aan dat hij niet wist van de aanwezigheid van deze voorwerpen en stoffen, omdat hij de ruimtes had verhuurd aan een derde die de vriezers zou gebruiken voor opslag van vlees en vis. Het hof verwierp dit verweer op grond van de omvang van de vondst, de nabijheid van de ruimtes tot zijn woning, het feit dat verdachte dagelijks de paardenboxen bezocht en de onlogische verklaringen over het gebruik en beheer van de ruimtes.

Het hof concludeerde dat verdachte feitelijke macht had over de drugslocatie en dat hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat de voorwerpen bestemd waren voor het voorbereiden van de vervaardiging van MDMA. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de politierechter en legde dezelfde straf op.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het voorbereiden van de vervaardiging van MDMA.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000077-25
Uitspraak : 26 november 2025
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 10 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-097713-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.
Van de zijde van de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De verdediging heeft – zo begrijpt het hof – primair vrijspraak bepleit en subsidiair een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop het berust, met:
  • aanvulling van de bewijsmiddelen door de redengevende inhoud van de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen weer te geven en door enkele andere bewijsmiddelen toe te voegen;
  • verbetering van de gronden door – omwille van de leesbaarheid – de bewijsoverwegingen van de politierechter te vervangen en daarbij te responderen op de verweren van de verdediging.
Het hof acht de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Ter zitting in hoger beroep is het hof niet gebleken van zodanig gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte dat aanleiding wordt gezien om aan de verdachte een andere straf op te leggen dan door de politierechter aan hem is opgelegd, zodat het hof daaraan geen verdere overwegingen zal wijden.
Aanvulling van de bewijsmiddelen [1]
1.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2023 (dossierpagina 11 tot en met 13), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
[
dossierpagina 11]
Op dinsdag 23 april 2023 (…) hoorde ik (…) via de portofoon dat er collega’s
werden gevraagd om naar [adres] te komen. Aldaar werden er verdachte omstandigheden aangetroffen ter zake het vervaardigen van verdovende middelen van lijst 1 Wetboek van Strafrecht.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , houd mij als neventaak bezig met de ontwikkelingen op het
gebied van verdovende middelen. Ik ben meteen ter plaatse gegaan.
Ik (…) werd door collega’s gewezen op de bovengenoemde verdachte omstandigheden. Ik liep hierop naar de paardenboxen welke zijn gelegen aan het verlengde van de oprit van [adres] [
het hof begrijpt gelet op dossierpagina 68: ruimte O]. Ik zag dat deze paardenstal los stond van de woning.
Ik zag in de paardenstal aan de linkerzijde twee paardenboxen, welke in gebruik leken. Ik zag dat aan de rechterzijde verschillende hooibalen opgestapeld stonden. Ik zag dat deze hooibalen op een geprepareerd systeem stonden. Ik zag dat deze in elkaar pasten waardoor je een muur van hooibalen kon krijgen. Ik zag dat dit zo was gemaakt om de ruimte daarachter af te schermen.
Ik zag dat er achter deze hooibalen een deur gelegen was. Ik zag dat de onderzijde van deze deur afgedicht was en de bovenzijde voorzien was van tralies. Ik zag dat deze deur was afgesloten middels een kettingslot. Ik zag dat deze deur op een soortgelijke deur leek als de deuren van de paardenboxen aan de andere zijde. Ik keek door de tralies en zag verschillende gasflessen. Ik zag twee IBC-vaten. Ik zag verschillende groot model blauwe vaten [
het hof begrijpt: klemdekselvaten]. Ik zag een koelkast/vriescombinatie. Ik zag verschillende tuinslangen. Ik zag een luchtafvoerinstallatie, welke ik ambtshalve herkende als een luchtafvoersysteem, welke worden gebruikt bij het vervaardigen van verdovende middelen. Verder zag ik meerdere en verschillende jerrycans. Ik zag bij verschillende jerrycans dat deze gevuld waren met een transparante vloeistof. Ik rook dat er een zoete chemische lucht uit deze ruimte kwam, welke ik herkende als een lucht welke ik eerder had geroken bij een synthetisch drugslab.
[verdachte] werd als verdachte aangemerkt en (…) het eerder genoemde kettingslot werd opengeknipt. Ik rook in de ruimte dat de zoete chemische lucht sterker was. Ik heb vervolgens de ruimte verlaten en personeel van de adviseur gevaarlijke stoffen ter plaatse gevraagd, welke ook ter plaatse kwamen.
Ik (…) werd door collega’s (…) op een tweede ruimte gewezen. Ik zag dat deze ruimte vanaf de oprit gezien links lag [
het hof begrijpt gelet op dossierpagina 68: ruimte V]. Ik zag dat aan het begin van de stal/loods een caravan stond. Ik zag dat achter deze caravan een ruimte was welke je via een deur kon betreden. Ik zag in deze ruimte een acht (8) tal grote vrieskisten. Ik zag dat deze vrieskisten niet waren aangesloten middels de stekker. Ik rook wederom een sterke zoete chemische lucht welke ik eerder heb geroken bij een synthetisch drugslab. Ik zag dat er een bruine substantie tegen de zijkant van de vrieskisten zaten. Ik zag in een van de vrieskisten een blauwe jerrycan. Ik zag dat de vloer in deze ruimte was afgedekt. Ik zag dat een gedeelte van deze vloer niet was afgedekt. Ik zag dat daar een mestkelder was gelegen. Ik zag dat er in de mestkelder een transparante vloeistof zat.
[
dossierpagina 12]
Verdachte
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1958
Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland
2.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2023 (dossierpagina 14 tot en met 17), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
[
dossierpagina 15]
Achter op het perceel staat een paardenstal, die aan de voorkant open is zonder dat
er een kozijn of deuren zijn [
het hof begrijpt: ruimte O]. Ik liep deze stal in. Aan de linkerzijde zag ik paardenboxen met daarin paarden. Aan de rechterzijde stond vooraan hooi/strooi opgeslagen. Aan de achterzijde kon ik daar langsaf lopen naar de paardenboxen aan de rechterzijde. Ik zag 1 box. Ik zag een redelijk nieuw hangslot op deze box zitten. Ik keek in deze box. Ik zag twee Intermediate Bulk Containers (IBC’s) staan waarvan mij bekend is dat deze gebruikt kunnen worden voor de productie van drugs. Ik zag tevens een afzuiger, afzuigslangen die het dak door gingen en een koelkast staan. Ik had het vermoeden dat hier mogelijk sprake was van de productie/opslag van drugs.
3.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2023 (dossierpagina 18 tot en met 20), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
[
dossierpagina 18]
Ik ken de eigenaar en later aangehouden verdachte [verdachte] ambtshalve. Ik heb de verdachte in februari 2020 aangehouden voor betrokkenheid bij een hennepknipperij op hetzelfde perceel, [adres] .
Ter plaatse zag ik dat er aan de rechterzijde in de paardenstal [
het hof: ruimte O] een aantal hooibalen waren weggehaald. Ik zag dat er op de grond balken lagen en dat de hooibalen vermoedelijk waren bedoeld om het zicht op de staldeur weg te nemen. Ik zag dat er een staldeur stond en dat deze deur met een hangslot was afgesloten. Ik zag door de spijlen van de staldeur dat er een tweetal 1000 liter IBC vaten stonden. Ik zag dat er diverse blauwe vaten, witte jerrycans en gasflessen stonden. Ik zag dat er afzuiging was gemaakt. Ik rook dat er een zoete geur uit de ruimte kwam.
Ik deelde aan de collega's mede dat ook de overige gebouwen op het perceel betreden konden worden. Ik zag dat in een andere schuur ook een afgesloten ruimte was [
het hof begrijpt: ruimte V]. Ik weet ambtshalve dat hier in het verleden een hennepknipperij heeft gezeten.
Ik deelde aan verdachte [verdachte] mede dat hij verdachte was voor het overtreden van de Opiumwet en dat ik derhalve de uitlevering vorderde van alle aanwezige verdovende middelen. Ik hoorde dat hij het slot wel kon open slijpen [
het hof begrijpt gelet op het voorgaande: van ruimte V]. Toen het slot open was ben ik naar binnen gelopen. Ik zag dat er aan de rechterkant diverse vriezers stonden. Ik zag dat er groen zeil overheen lag en heb dit samen met collega [verbalisant 2] weggehaald. Ik zag dat ze per twee opgestapeld waren. Ik zag dat het deksel bij sommige vrieskisten op een kier stond. Bij een van de vrieskisten zag ik een blauw vat in de vriezer liggen. Bij de vrieskisten rook ik een sterke zoete chemische lucht welke ik eerder heb geroken bij een synthetisch drugslab.
Hierna ben ik met collega’s teruggegaan naar de paardenbox [
het hof begrijpt gelet op het voorgaande: ruimte O]. Door een collega is het slot opengeknipt. Ik zag dat er in de ruimte ook nog een koel-vriescombinatie stond en een tafel met diverse attributen. Ik zag dat er ook enkele grote rode gasflessen stonden. Hierop is een adviseur gevaarlijke stoffen ter plaatse gekomen. Ik hoorde dat de adviseur gevaarlijke stoffen constateerde dat er een volledig drugslab aanwezig was, maar dat het niet in werking was. Ik hoorde van de adviseur gevaarlijke stoffen dat de rode flessen zeer waarschijnlijk van diefstal afkomstig waren van de Technische Universiteit Eindhoven. Ik zag dat er “wasserstoff” op stond. Ik zag dat er op minimaal 1 fles " [betrokkene] " stond en hoorde van de adviseur gevaarlijke stoffen dat hij werkzaam is op de Technische Universiteit Eindhoven en dat het zijn flessen waren.
[
dossierpagina 19]
De verdachte is hierop door de collega's aangehouden.
Door de adviseur gevaarlijke stoffen is in het kader van de veiligheid de goederen in de paardenbox verder bekeken. Met de adviseur gevaarlijke stoffen ben ik naar twee paardenboxen gelopen die buiten op het perceel stonden [
het hof begrijpt gelet op dossierpagina 68: ruimte P]. Ik zag dat er in de linkerbox 2 IBC vaten stonden. Ik zag dat 1 vat dienst deed als hondenhok. Ik zag dat de ander schoner was. De adviseur gevaarlijke stoffen deed het IBC vat open waar ik weer een sterke zoete chemische geur rook. Ik zag dat er residu aan de binnenkant van de draaiknop zat. Ik hoorde de adviseur gevaarlijke stoffen zeggen dat dit PMK betrof.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO d.d. 19 september 2023 (dossierpagina 55 tot en met 61), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
[
dossierpagina 55]
Aanleiding
Op dinsdag 23 mei 2023 omstreeks 16.00 uur en later, hebben wij een onderzoek ingesteld op een boerenerf aan [adres] . Dit in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet.
Door ons zijn de ruimtes/locaties waar gerelateerde goederen zijn aangetroffen als volgt gecodeerd:
LFO- code
Omschrijving
V
Ruimte V
O
Ruimte O
P
Ruimte P
[
dossierpagina 56]
Eerste bevindingen
Bij het betreden van het perceel werden wij opgewacht door het onderzoeksteam. Wij liepen direct naar ruimte V welke onderdeel was van een stallencomplex dat achter de woning aan hetzelfde pand was gesitueerd. Wij zagen hier een ruimte met meerdere vrieskisten op elkaar gestapeld. Vervolgens werden wij naar ruimte O geleid welke onderdeel was van een afzonderlijk gesitueerde stalling. Wij zagen dat binnen deze stalling de toegang tot ruimte O aan het zicht onttrokken was middels opgestapelde strobalen. In ruimte O zagen wij onder andere meerdere IBC’s, diverse jerrycans en vaten, onderdelen voor afzuiging en gascilinders.

Nader onderzoek en monsterneming

Hieronder volgt in een tabel, de zogenoemde inventarisatielijst, een opsomming van de goederen die werden aangetroffen.

Monsters en uitslag NFI

Op 7 augustus [
het hof begrijpt: 2023] ontving ik, verbalisant [verbalisant 4] , van het NFI de analyseresultaten, voorzien van zaaknummer 2023.07.03.142, aanvraag 001. Deze analyseresultaten zijn verwerkt in onderstaande tabel. Het volledige NFI-rapport is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
[
dossierpagina 57]
Inventarisatielijst LFO + uitslag NFI
SIN
LFO-
code
Omschrijving
Uitslag
NFI
Ruimte V (V)
V1
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 38 witte deksels
- Zwarte emmer met diverse gebruikte binnenstebuiten gekeerde keukenhandschoenen
- 1 witte emmer à 20 liter
- 2 zeven van het merk Super Prof
V2
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 28 witte, ongebruikte emmers
- 52 witte deksels
AAQL0229NL
V3
V3-A
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 1x Blauwe jerrycan à 20 liter met etiket 'All purpose degreaser'.
Gevuld met circa 19 liter van een zure, kleurloze vloeistof.
FD = Aceton
Van deze vloeistof werd een monster genomen [V3-A]
aceton
V4
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 1x Vervuilde witte deksel
V5
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 2x Witte, vervuilde deksel
V6
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 4x Witte emmer à 20 liter
De binnenkant van de vrieskist had een zoetige, anijsachtige geur.
V7
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO. De vrieskist was leeg.
V8
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 43x Vervuilde, witte emmer à 20 liter
- 16x Witte deksel
V9
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 14x Vervuilde, witte emmer à 20 liter
- 12x Vervuilde, witte deksel
AAQL0230NL
V10
V10-A
1x Groene kuip à 310 liter. Inhoudende:
- Tientallen strijkzakken, zowel nieuw als vervuild
- 4x Vervuilde maatbeker à 5 liter
- 1x Zwarte speciekuip à 65 liter met restant kristallen
- Resten van bruinachtige kristallen
Van de bruinachtige kristallen is een monster genomen [V10-A]
bevat MDMA HCI¹
AAQL0231NL
V11
V11-A
1x Zwarte speciekuip à 90 liter, inhoudende:
- Zeef
- Vervuilde weegschaal van NOVO
- Trechter met rekenmachine en handschoen
- Strijkbout
- Hamer
- Handveger
- 3x Maatbeker à 5 liter. Sterk vervuild met ingedroogde kristallen
Aselect is van de ingedroogde kristallen een monster genomen [V11-A]
bevat MDMA HCI¹
Ruimte O (O)
O1
4x Waterstof gasfles à 50 liter. Waarvan 1x met opdruk: ' [betrokkene] '
O2
1x Witte emmer
O3
1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Gevuld met 17 liter van een sterk basische vloeistof met de geur van Methylamine.
FD = Methanol
O4
1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Met opschrift: '
DUBBEL'. Gevuld met crica 12 liter van een sterk basische vloeistof met de geur van Methylamine.
FD = Methanol
AAQL0240NL
O5
O5-A
1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Met opschrift: '
Afdamper'. Gevuld met restanten van een zeer basische, bruine, olieachtige vloeistof.
FD = t-BOC MDMA
Van deze olieachtige vloeistof is een monster genomen [O5-A]
bevat MDMA (als de base)
AAQL0232NL
O6
O6-A
- 1x Transparant, witte jerrycan à 5 liter. Gevuld met restanten van een bruine, olieachtige vloeistof.
- 11x Vervuilde, transparant, witte jerrycan à 25 liter. Waarvan 2x leeg en 9x gevuld met restanten van een bruine olieachtige vloeistof.
FD = PMK
Aselect is van de olieachtige vloeistof een monster genomen [O6-A]
bevat PMK
O7
Witte emmer à 10 liter met etiket '
Caustic Soda'.
Inhoudende vervuilde doeken en karton.
O8
3x Blauw klemdekselvat à 200 liter. Waarvan,
- 1x gevuld met restanten van een sterk zure, rode, olieachtige vloeistof.
- 2x gevuld met restanten van een sterk zure, kleurloze vloeistof.
O9
- 2x Afzuigslang met splitsing.
- 2x Gele tuinslang, hangend aan het plafond.
- 1x Afzuigslang, nieuw in de doos.
AAQL0233NL
O10
O10-A
5x Transparant witte jerrycan à 25 liter. Gevuld met restanten van een bruine, olieachtige vloeistof met zwart bezinksel. Waarvan 1x met opschrift '
27,2'.
FD = Helional
Aselect werd van de olieachtige vloeistof een monster genomen [O10-A]
bevat MDMA (als de base)
O11
2x IBC. Beide gevuld met sterk ingedroogd restant van een bruine vloeistof
O12
4x Gasfles à (crica) 20kg. Waarvan, 2x leeg en 2x gevuld.
O13
1x Witte emmer, leeg.
O14
3x Transparant, witte jerrycan à 5 liter. Alle leeg.
Etiket = Aceton
O15
Diverse gebruikte, vervuilde slangen
O16
4x Transparant, wit vat met aftapkraan à 150 liter. In totaal gevuld met circa 10 liter van een vloeistof.
O17
1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Opschrift = '
Meta'. Gevuld met circa 10 liter van een kleurloze vloeistof.
FD = Methanol
O18
1x Witte emmer à 10 liter met etiket 'Caustic Soda'. Gevuld met circa 8 kilo van een witte substantie en een vervuilde maatbeker à 1 liter.
O19
1x Zwart vat à 20 liter. Gevuld met circa 14 liter van een kleurloze vloeistof.
Etiket = Kroon Oil
FD = Babyolie
O20
1x Witte emmer à 30 liter, inhoudende:
- Diverse slangkoppelingen van een ketel met afgesneden slang die soortgelijk aan O15 is.
O21
5x Diverse potjes met verschillende inhoudsmaten. Waarvan 1x opschrift '
93' en 2x '
200'. Alle gevuld met restanten van een zeer fijn, zwartbruin poeder. Vermoedelijk platinaoxide.
O22
1x Plastic bak, inhoudende:
- Vervuilde tosti-ijzer
- 4x Diverse diepvriesbakjes
O23
1x Plastic bak, onder andere inhoudende:
- Deo
- Verlengsnoer
- Doekjes
- Stofzuigerzak
- Handschoen
- Schaar
- Radio
- Glassex
O24
Koelkast, inhoudende diverse blikjes frisdrank. Het vriesvak was in zijn geheel leeg.
Ruimte P (P)
P1
1x IBC à 1000 liter. Restant van een bruine vloeistof.
Geur = PMK

Interpretatie LFO

De aangetroffen goederen zijn typisch voor de vervaardiging van MDMA middels de verhoogde drukmethode.
Gelet op de vijf waterstofgasflessen en de negen vervuilde diepvrieskisten met zeker 57 vervuilde 20 liter emmers is er sprake van grootschalige productie en kristallisatie ter plaatse.
Met behulp van deze vijf waterstofgasflessen kan er minimaal 83 Kg MDMA per gasfles (50 liter/ 200 bar)geproduceerd zijn. Bij benadering 5 x 83 = 415 Kg MDMA-HCL kristallen.
Richtlijn voor strafvordering voorbereiding/bevordering synthetische drugs (art. 10a Opiumwet).
Gezien de voorlopige interpretatie LFO valt deze productielocatie in het kader van deze richtlijn in categorie III.
5.
Het NFI-rapport d.d. 7 augustus 2023 (dossierpagina’s 62 tot en met 66), voor zover inhoudende als bevindingen van NFI-deskundige dr. J.W. Hulshof:
[
dossierpagina 63]
Zaaknummer 2023.07.03.142, aanvraagnummer 001.
[
dossierpagina 64]
Vraagstelling
Vraagstelling 1:
“Bevat het onderzoeksmateriaal Opiumwetsubstanties?”
Vraagstelling 2:
“Bevat het onderzoeksmateriaal grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?”
[
dossierpagina 65]
Resultaten
Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat
Kenmerk
Omschrijving
Resultaat
AAQL0229NL / V3
V3-A
kleurloze vloeistof, volgens opgave afkomstig uit
"
Vervuilde witte vrieskist van het merk BEKO, inhoudende:
- 1x Blauwe jerrycan à 20 liter met etiket 'All purpose degreaser'.
Gevuld met circa 19 liter van een zure, kleurloze vloeistof.
FD = Aceton
Van deze vloeistof werd een monster genomen"
aceton
AAQL0230NL / V10
V11-A
bruine kristallen, volgens opgave afkomstig uit
"
1x Groene speciekuip à 310 liter. Inhoudende:
- Tientallen strijkzakken, zowel nieuw als vervuild
- 4x Vervuilde maatbeker à 5 liter
- 1x Zwarte speciekuip à 65 liter met restant kristallen
- Resten van bruinachtige kristallen
Van de bruinachtige kristallen is een monster genomen"
bevat MDMA HCI¹
AAQL0231NL / V11
V11-A
bruin kristallijn poeder, volgens opgave afkomstig uit
"
1x Zwarte speciekuip à 90 liter, inhoudende:
- Zeef
- Vervuilde weegschaal van NOVO
- Trechter met rekenmachine en handschoen
- Strijkbout, hamer, handveger
- 3x Maatbeker à 5 liter. Sterk vervuild met ingedroogde kristallen
Aselect is van de ingedroogde kristallen een monster genomen"
bevat MDMA HCI¹
AAQL0240NL / O5
O5-A
donkerbruin olieachtige vloeistof, volgens opgave afkomstig uit
"
1x Transparant, witte jerrycan à 25 liter. Met opschrift: '
Van deze olieachtige vloeistof is een monster genomen"
bevat MDMA (als de base)
AAQL0232NL / O6
O6-A
donkerbruine olieachtige vloeistof, volgens opgave afkomstig uit
"
- 1x Transparant, witte jerrycan à 5 liter. Gevuld met restanten van een bruine olieachtige vloeistof.
- 11x Vervuilde, transparant, witte jerrycan à 25 liter. Waarvan 2x leeg en 9x gevuld met restanten van een bruine olieachtige vloeistof.
FD = PMK
Aselect is van de olieachtige vloeistof een monster genomen"
bevat PMK
AAQL0233NL / O10
O10-A
donkerbruine olieachtige vloeistof, volgens opgave afkomstig uit
"
5x Transparant witte jerrycan à 25 liter. Gevuld met restanten van een bruine, olieachtige vloeistof met zwart bezinksel. Waarvan 1x met opschrift '
Aselect werd van de olieachtige vloeistof een monster genomen"
bevat MDMA (als de base)
Toelichting: de kenmerken en schuin gedrukte teksten zijn overgenomen van het aanvraagformulier
Vraagstelling 1
In het onderzoeksmateriaal is MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) aangetoond. MDMA is vermeld op lijst I van de Opiumwet
Vraagstelling 2
In relatie tot drugs is PMK (piperonylmethylketon) een grondstof voor MDMA.
6.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 mei 2023 (dossierpagina 141 tot en met 146), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
[
dossierpagina 142]
V: Wie is de eigenaar van de grond aan [adres] ?
A: Die grond is van mij.
V: Wie is de hoofdbewoner van de woning aan [adres] ?
A: Ik.
7.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 november 2023 (dossierpagina 147 tot en met 152), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
[
dossierpagina 148]
V: Hoeveel vriezers zijn er geplaatst en wanneer zijn deze geplaatst?
A: een stuk of 6 begin december [
het hof begrijpt: 2022].
8.
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 12 november 2025, voor zover inhoudende:
Op vragen van de voorzitter verklaart de verdachte het volgende.
Het klopt dat er op enig moment een caravan en diepvrieskisten op mijn terrein zijn geplaatst.
Het klopt dat ik in het weekend niet werkte. Dan keek ik wel op het terrein rond. Er staan ook paarden in de paardenboxen en die moest ik elke dag voeren.
Verbetering van de bewijsoverwegingen
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is – kort weergegeven – het volgende aangevoerd:
In de eerste plaats heeft de verdachte – zo begrijpt het hof – de tenlastegelegde stoffen en voorwerpen niet voorhanden gehad in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. Hij verhuurde de ruimtes vanaf november/december 2022 en wist aanvankelijk niet van de aanwezigheid van de tenlastegelegde voorwerpen en stoffen, met uitzondering van de aangetroffen vriezers. Die vriezers wekten bij de verdachte geen argwaan omdat de verdachte zijn schuur ter beschikking had gesteld aan een Poolse/Servische man die de vriezers daar zou gebruiken voor de opslag van vlees en vis. De verdachte zou de aanwezigheid van de overige voorwerpen en stoffen pas op een later moment in januari/februari 2023 hebben opgemerkt en toen meteen voormelde man hebben gesommeerd te vertrekken en zijn spullen mee te nemen.
Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat ter plaatse daadwerkelijk MDMA is vervaardigd. Daarvoor zijn immers (onder meer) platinaoxide en ketels nodig en die zijn niet aangetroffen.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat voor een bewezenverklaring van het ‘voorhanden hebben’ in de zin van artikel 10a lid 1 Opiumwet, volstaat dat de verdachte feitelijke macht over die (in dit geval) voorwerpen en stoffen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover
kanbeschikken. Die voorwerpen en stoffen hoeven zich daarvoor dus niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Ook hoeft daarvoor niet te kunnen worden vastgesteld dat die voorwerpen en stoffen aan de verdachte toebehoren of dat ten aanzien daarvan sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid.
Daarbij geldt als uitgangspunt dat de verdachte – zijnde eigenaar en hoofdbewoner – geacht wordt te weten wat er gebeurt op zijn perceel, meer in het bijzonder in de bijgebouwen rondom zijn woning, temeer waar deze zich zoals in dit geval, bevonden in de nabijheid van zijn woonverblijf.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat in die bijgebouwen op het perceel van de verdachte een grote hoeveelheid voorwerpen en stoffen aanwezig was die – blijkens de bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen – ‘typisch zijn voor de vervaardiging van MDMA middels de verhoogde druk methode’ en met behulp waarvan een grote hoeveelheid MDMA (ca. 415 kg) is geproduceerd. [2]
Ad I
Het hof hecht geen geloof aan het verweer van de verdachte, en schuift dit verweer dan ook ter zijde.
De verdachte woonde immers niet alleen vlakbij de ruimtes O, V en P, waar een grote hoeveelheid voorwerpen stond waarmee een aanzienlijke hoeveelheid MDMA is geproduceerd (ca. 415 kg). Hij heeft tevens ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij dagelijks zijn paarden kwam voeren in de paardenboxen aan de linkerzijde van de paardenstal terwijl zich (zo blijkt uit bewijsmiddelen 1 tot en met 3) daartegenover aan de rechterzijde van de paardenstal de productieruimte (in ruimte O) bevond. Op 23 mei 2023 zag de politie door de spijlen van de staldeur nog steeds dat er onder meer IBC’s, diverse blauwe vaten, witte jerrycans en gasflessen stonden en dat er bovendien een afzuiging was gemaakt die door het dak ging, terwijl er van buiten de ruimte nog steeds een zoete geur te ruiken was.
Dat de verdachte deze restanten van de productie pas na enkele maanden huur in januari/februari 2023 zou hebben gezien, waarop hij de huurder zou hebben weggestuurd, acht het hof reeds hierom ongeloofwaardig. De lezing van de verdachte valt evenmin te rijmen met het feit dat de betreffende ruimtes O en V op 23 mei 2023 nog steeds waren afgesloten met hangsloten waarvan de verdachte geen sleutel had waardoor hij die ruimtes zelf al die maanden niet heeft kunnen gebruiken. Ook de wisselende verklaringen van de verdachte over het aantal personen waarmee de Pool/Serviër in januari/februari 2023 de spullen heeft opgeruimd [3] , en de ongeloofwaardige verklaring van de verdachte dat hij de Poolse/Servische man van het jagen in het buitenland zijdelings kende, en deze zonder aankondiging op verdachtes erf zou zijn verschenen, hebben bijgedragen aan dit oordeel van het hof.
Op grond van het bovenstaande in onderling verband en samenhang beschouwd, is het hof derhalve van oordeel dat de verdachte van de aanwezigheid van de bewezenverklaarde voorwerpen en stoffen op zijn perceel moet hebben geweten en ze met een of meer anderen voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of ten minste ernstige reden had te vermoeden dat deze bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet.
Ad II
Dat ten slotte niet is onderzocht of de vermoedelijke platinaoxide ook daadwerkelijk platinaoxide betrof, is geen beletsel om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. Tenlastegelegd is immers het voorbereiden en bevorderen van de vervaardiging van MDMA en niet die vervaardiging zelf. Niet
allevoor die vervaardiging benodigde voorwerpen, stoffen en andere attributen hoeven daarvoor dan ook te worden aangetroffen. Voldoende is dat de stoffen en voorwerpen die wel zijn aangetroffen in voldoende mate in verband kunnen worden gebracht met de – in dit geval – vervaardiging van MDMA en daarvan is naar het oordeel van het hof sprake gelet op de bevindingen van de LFO. Datzelfde geldt ten aanzien van de stelling van de verdediging dat ter plaatse geen ketels zijn aangetroffen.
Overigens is het hof van oordeel dat ter plaatse wel degelijk (en op grote schaal, categorie III) MDMA is vervaardigd. Dit leidt het hof af uit het feit dat op verschillende plekken restanten van kristallen en olieachtige vloeistoffen zijn aangetroffen welke MDMA bleken te bevatten en dat bovendien – naast restanten van het eindproduct – ook restanten van de benodigde grondstoffen zoals PMK zijn aangetroffen, alsook (lege) gasflessen en vuile productiemiddelen en ten slotte ook dat er 8 vriezers hebben gestaan welke in de laatste stappen (kristallisatie) van het productieproces worden gebruikt.

BESLISSING

Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. van Campen, voorzitter,
mr. C.M. Hilverda en mr. M.J.M.A. van der Put, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 26 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Voetnoten

1.Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, Eenheid Oost-Brabant, zaaksdossier 2023110427, gesloten d.d. 7 februari 2024 door verbalisant [verbalisant 7] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 154). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
2.Dossierpagina 60.
3.Dossierpagina 144 met twee anderen en ter zitting in hoger beroep met vier anderen.