Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
(inzake 200.345.945/01);
(inzake 200.
348.886/01).
- bijlagen 11 en 12 (in het geheel);
- bijlage 13, uitsluitend voor zover het betreft de e-mail van notaris [notaris] van 8 november 2022 (hof: waaruit volgt dat de bijlagen bij deze e-mail (een e-mail van de vrouw aan notaris [notaris] van 17 september 2013 en de reactie van de notaris op deze e-mail van dezelfde datum) onderdeel uitmaken van de gedingstukken in hoger beroep.
3.De feiten
‘
VERKLARINGEN VOORAF(…)
Bij het einde van het huwelijk willen zij de verandering van hun vermogens ten opzichte van het begin van het huwelijk met elkaar verrekenen(onderstreping hof). Zij zien de verandering in hun vermogens tijdens het huwelijk als vrucht van hun gezamenlijke inspanningen. (…)
Zij gaan hun huwelijk aan onder de volgende voorwaarden:
(…)
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN1. Uitsluiting huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap
Tussen de echtgenoten bestaat geen enkele huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap.
(…)
HOOFDSTUK 3. BIJ SCHEIDING1.
Geen finale verrekening bij einde van het huwelijk anders dan door overlijden.De echtgenoten komen geen finale verrekening bij einde van het huwelijk anders dan bij overlijden overeen(onderstreping hof).
2. Geen pensioenverevening
Bij echtscheiding (…) bestaat geen recht op verevening of verrekening van ouderdomspensioen, tenzij schriftelijk anders wordt bepaald in een overeenkomst die wordt gesloten met het oog op de echtscheiding (…).
Het afzien van het recht op verevening of verrekening van ouderdomspensioen heeft geen betrekking op aanspraken op bijzonder partnerpensioen.
HOOFDSTUK 4. BIJ OVERLIJDEN
Als op het moment van overlijden een procedure tot echtscheiding (…) is ingesteld, wordt niet volgens dit hoofdstuk verrekend, maar wordt verrekend volgens hoofdstuk 3.
(…)
De echtgenoten zijn zich ervan bewust dat zij op grond van deze huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding (…)
alles verrekenen wat zij tijdens het huwelijk aan inkomen en vermogen hebben verkregen voor zover vermogensbestanddelen niet zijn uitgezonderd(onderstreping hof). Wat er op de aan deze akte gehechte beschrijving staat, wordt bij scheiding niet gedeeld. De echtgenoten zijn ermee bekend dat hierdoor als het ware drie vermogens ontstaan, één gezamenlijk vermogen en ieder een eigen vermogen. De administratie van deze vermogens is heel belangrijk zodat bij echtscheiding duidelijk is welk vermogen wel en welk vermogen niet gedeeld wordt. Als de administratie niet goed wordt bijgehouden, lopen de echtgenoten het risico dat de verdeling van het vermogen anders uitpakt dan zij nu voor ogen hebben (…)’
4.De omvang van het geschil
- bepaald dat het perceel wordt toegedeeld aan de man, tegen betaling aan de vrouw van een bedrag van € 81.000,--.
5.De motivering van de beslissing
vrouwverzoekt:
"er is sprake van een verrekenplicht als ware partijen in gemeenschap van goederen gehuwd, waarbij de verrekenplicht niet ziet op voorhuwelijks vermogen (dat in waarde is gelijk gebleven, want waardeveranderingen van voorhuwelijks vermogen tijdens het huwelijk wordt door partijen gezien als vrucht van hun gezamenlijke inspanningen) en (wettelijk uitgezonderde) verkrijgingen uit een nalatenschap of gift" (cursivering hof), althans een uitleg strekkende tot finale verrekening bij echtscheiding die uw Hof in goede justitie juist acht.’
manheeft de grief weersproken.
hofoverweegt als volgt.
vrouwzich op (wederzijdse) dwaling. Zij voert daartoe aan dat, zo uit de omstandigheden blijkt, partijen een finaal verrekenbeding bij echtscheiding wilden overeenkomen. Zij zijn art. 3.1 van de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden dus aangegaan onder een onjuiste voorstelling van zaken.
vrouwverzoekt:
In geval van echtscheiding is sprake van een verrekenplicht als ware partijen in gemeenschap van goederen gehuwd, waarbij de verrekenplicht niet ziet op voorhuwelijks vermogen (dat in waarde gelijk is gebleven, want waardeveranderingen van voorhuwelijks vermogen tijdens het huwelijk wordt door partijen gezien als vrucht van hun gezamenlijke inspanningen) en (wettelijk uitgezonderde) verkrijgingen uit een nalatenschap of gift” (cursivering hof), althans een gevolg strekkende tot finale verrekening bij echtscheiding zoals door uw Hof in goede justitie geformuleerd.’
manis van wederzijdse dwaling geen sprake. Voor hem heeft altijd voorop gestaan dat het (familiebedrijf(s))vermogen bescherming verdiende.
hofoverweegt als volgt. Voor een geslaagd beroep op wederzijdse dwaling is vereist dat beide partijen bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling zijn uitgegaan (art. 6:228 lid 1 sub c BW Pro). Zoals volgt uit het voorgaande, bieden de feiten en omstandigheden van deze zaak daarvoor geen aanknopingspunten, zodat het beroep van de vrouw op wederzijdse dwaling niet opgaat. Het hof zal het subsidiaire verzoek van de vrouw daarom eveneens afwijzen.
vrouw. Zij licht haar grief, samengevat, als volgt toe. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, heeft de man geen economisch belang bij toedeling van het perceel aan hem. Partijen hebben nooit de bedoeling gehad het perceel voor de onderneming van de man te gaan gebruiken. Het perceel was hun spaarpotje. Om de waarde ervan te verhogen, hebben zij de bestemming van het perceel willen wijzigen van een bedrijfs- en agrarische bestemming naar een woonbestemming.
manheeft de grief weersproken. De rechtbank heeft terecht overwogen dat hij een groter (economisch) belang heeft bij de toedeling van het perceel aan hem. De bestemming van het perceel is altijd zakelijk geweest en is dat nog. De schuur wordt gebruikt voor opslag van aan zijn onderneming toebehorende zaken, het hek is betaald door zijn onderneming en de plannen voor de bestemmingswijziging van het perceel, houden direct verband met zijn onderneming, namelijk het realiseren van een woonbestemming ten behoeve van een B&B die dienende zou zijn aan het campingbedrijf. Een aanvullend belang is gelegen in het belang van de kinderen. Dat zij telkens hun moeder zien wanneer zij met de auto van/naar school en sportclubjes langs het perceel rijden, leidt tot onrust. Ook de communicatie van de vrouw met het personeel en de vaste gasten van de camping zorgt voor onrust.
hofoverweegt als volgt. In geschil is de verdeling van het perceel. Beide partijen wensen toedeling van het perceel. De vrouw heeft het (economisch) belang van de man gemotiveerd weersproken. Het belang dat de vrouw heeft bij het gebruik van het perceel voor haar dieren staat als onweersproken vast. Die dieren stonden er bovendien ook al gedurende het huwelijk. Het hof zal het perceel daarom toedelen aan de vrouw, dit, nu de vrouw voor 3/5 eigenaar is, onder de verplichting € 54.000,-- aan de man te vergoeden.