In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd tegen een politieambtenaar, en belaging. De rechtbank Limburg sprak de verdachte vrij van één feit, veroordeelde hem voor de overige feiten en legde een gevangenisstraf van 356 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging (tbs).
De verdachte ging in hoger beroep, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde, maar de bewezenverklaring voor het feit van belaging verbeterde. Het hof stelde vast dat de verdachte in de periode van 13 augustus tot en met 5 september 2023 stelselmatig en opzettelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer had geschonden door herhaaldelijk te bellen, WhatsApp-berichten te sturen en bij het slachtoffer langs te gaan.
De verdediging voerde aan dat de tbs-maatregel niet opgelegd mocht worden vanwege onvoldoende bewijs van een ziekelijke stoornis. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het gedrag van de verdachte in 2023 de eerdere rapportages bevestigt. De overige verweren van de verdediging werden eveneens verworpen. Het hof bevestigde het vonnis met de genoemde aanpassingen en aanvullingen.