Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
met zaaknummer 200.358.432/01van:
met zaaknummer 200.358.492/01van:
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
beideprocedures gekend:
1.Het geding in eerste aanleg
in beide zakennaar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 22 mei 2025, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2.Het geding in hoger beroep
primair: ten aanzien van het verzoek van de GI in de hoofdzaak tot uitbreiding van de zorgregeling tussen vader en de kinderen, inhoudende dat:
Zomervakantie:
Herfstvakantie:
Kerstvakantie:
Carnavalsvakantie:
Meivakantie:
Vaderdag:op Vaderdag zijn de kinderen bij de vader van zaterdagavond 19.00 uur
Moederdag:op Moederdag zijn de kinderen bij de moeder van zaterdagavond 19.00 uur (na het eten) tot zondagavond 19.00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond
Verjaardag kinderen:de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij conform de reguliere zorgregeling zijn.
Overige feestdagen:voor de overige feestdagen die niet in het bovenstaande zijn
subsidiair:te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen met ingang van de door het hof af te geven beschikking bij de vader zal zijn en er alsdan een zorgregeling tussen de moeder en de kinderen wordt vastgesteld waarbij de kinderen eenmaal per veertien dagen van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de moeder zullen verblijven,
alle zakenheeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025.
- de vader, bijgestaan door mr. Stoelhorst;
- de moeder, bijgestaan door mr. Avontuur;
- de GI, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] ;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
met zaaknummer 200.358.432/01verder nog kennisgenomen van de inhoud van:
- het V8-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van de moeder op 26 september 2025;
- het bericht van mr. Stoelhorst aan de rechtbank van 1 mei 2025, ingekomen ter griffie van het hof op 14 oktober 2025;
- het V6-formulier met als bijlagen de producties 1 tot en met 13 bij het verweerschrift in hoger beroep, ingediend door de advocaat van de moeder op 17 oktober 2025;
- het V6-formulier met als bijlage de volledige versie van productie 11 bij het verweerschrift in hoger beroep, ingediend door de advocaat van de moeder op 17 oktober 2025;
- productie 10, ingediend door de advocaat van de moeder op 20 oktober 2025;
- de brief met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 27 oktober 2025, waarin hij aan het hof mededeelt dat hij geen enkele reden ziet om de zaken door te verwijzen naar een ander gerechtshof;
- de brief van de GI d.d. 28 oktober 2025, waarin de GI aan het hof mededeelt zich voor wat betreft de verwijzing van de zaken naar een ander gerechtshof te refereren aan het oordeel van het hof in dezen.
met zaaknummer 200.358.492/01verder nog kennisgenomen van de inhoud van:
- producties E1 tot en met E8, ingediend door de advocaat van de GI op 5 september 2025;
- het V8-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van de moeder op 26 september 2025;
- het V6-formulier met als bijlagen de producties 1 tot en met 13 bij het verweerschrift in hoger beroep, ingediend door de advocaat van de moeder op 17 oktober 2025;
- het V6-formulier met als bijlage de volledige versie van productie 11 bij het verweerschrift in hoger beroep, ingediend door de advocaat van de moeder op 17 oktober 2025;
- productie 10, ingediend door de advocaat van de moeder op 20 oktober 2025;
- producties 9 en 10, ingediend door de advocaat van de GI op 27 oktober 2025;
- de brief met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 27 oktober 2025, waarin hij aan het hof mededeelt dat hij geen reden ziet om de zaken door te verwijzen naar een ander gerechtshof;
- de brief van de GI d.d. 28 oktober 2025, waarin de GI aan het hof mededeelt zich voor wat betreft de verwijzing van de zaken naar een ander gerechtshof te refereren aan het oordeel van het hof in dezen.
3.De beoordeling
- dat de kinderen hun hoofverblijfplaats bij de moeder zullen hebben;
- dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
zomervakantie:de kinderen verblijven in de even jaren de 1e week bij de
herfstvakantie:de kinderen verblijven in de even jaren van zondagavond tot
kerstvakantie:in de even jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de
carnavalsvakantie:in de even jaren verblijven de kinderen van zondagavond
meivakantie:in de even jaren verblijven de kinderen de eerste helft van de
Vaderdag:de kinderen verblijven bij de vader;
Moederdag:de kinderen verblijven bij de moeder;
verjaardag kinderen:de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij conform
- primair:er een begeleide zorgregeling tussen de vader en de kinderen zal zijn;
- subsidiair:er een zorgregeling zal gelden tussen de vader en de kinderen, waarbij zij in de even weekenden van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur naar de vader gaan, alsmede in de even weken op dinsdag uit school tot 18.00 uur ’s avonds.
- de vakantie start op de vrijdag na school. Als er geen school is, start de vakantie op de vrijdag om 12.00 uur.
- voor het laatste weekend van de vakantie geldt de reguliere zorgregeling.
- Vaderdag: op Vaderdag zijn de kinderen bij de vader van zaterdagavond 19.00 uur (na het eten) tot zondagavond 19.00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond 19.00 uur geldt de reguliere zorgregeling weer.
- Moederdag: op Moederdag zijn de kinderen bij de moeder van zaterdagavond 19.00 uur (na het eten) tot zondagavond 19.00 uur (na het eten). Vanaf zondagavond 19.00 uur geldt de reguliere zorgregeling weer.
- verjaardag kinderen: de kinderen verblijven bij de ouder bij wie zij conform regulier schema zorgregeling zijn.
- overige feestdagen: voor overige feestdagen die niet in het bovenstaande zijn
subsidiairom wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen te verzoeken. Dit is geen zelfstandig verzoek in hoger beroep. Een structurele belemmering van contact kan een dergelijke wijziging – als ultimum remedium – rechtvaardigen. Van een (verdere) negatieve beïnvloeding van de kinderen door de moeder kan dan geen sprake meer zijn. De vader verzoekt in dat geval ook om een zorgregeling tussen de moeder en de kinderen vast te stellen, waarbij de kinderen één weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de moeder verblijven.
principaal hoger beroep– samengevat – het volgende aan.
incidenteel hoger beroep– samengevat – ,onder verwijzing naar verschillende literatuur en artikelen omtrent achterliggende problematiek, naast hetgeen hierboven onder haar verweer is vermeld, het volgende aan.
principaal hoger beroep– samengevat – het volgende aan.
incidenteel hoger beroepin deze zaak naar rechtsoverweging 3.17.1. van deze beschikking, omdat deze grieven volledig overeenkomen met de incidentele grieven van de moeder in de zaak met zaaknummer 200.358.432/01.
primairop het standpunt dat er een co-ouderschapsregeling dient te worden vastgesteld en
subsidiairdat het hoofdverblijf van de kinderen dient te worden gewijzigd en dat er een weekendregeling tussen de moeder en de kinderen dient te worden vastgesteld.
subsidiairhet hof heeft verzocht om te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen met ingang van de datum van de door het hof af te geven beschikking bij de vader zal zijn en er dan een zorgregeling tussen de moeder en de kinderen dient te worden vastgesteld, waarbij de kinderen eenmaal per veertien dagen van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de moeder zullen verblijven, is het hof van oordeel dat dit verzoek niet is aan te merken als een zelfstandig verzoek in hoger beroep.
subsidiaireverzoek in hoger beroep.
Als eerste dient het veiligheidsplan te worden geactualiseerd (geformuleerd vanuit de behoeftes van de kinderen in beide opvoedsituaties) waarin duidelijk is vastgelegd hoe de veiligheid van de kinderen wordt gewaarborgd. Hierin is voldoende nabijheid en toezicht een voorwaarde.
nietvia het Uniform Hulpaanbod tot stand dient te komen. Reden hiervoor is de wachttijden die er voor de verwijzing via het Uniform Hulpaanbod gelden, in samenhang met de vrijwilligheid die voor deelname aan het Uniform Hulpaanbod is vereist Het hof laat de nadere invulling van het kortdurend BOR II-traject, waaronder de aard, de duur en de frequentie van het contact tussen de vader en de kinderen over aan de desbetreffende zorgaanbieder. Daarbij dient de GI de tussenliggende periode ook ten volle te benutten door allereerst het eerder opgestelde veiligheidsplan te actualiseren, het herstelgesprek tussen de vader en de kinderen voor te bereiden en (alleen als het BOR II traject naar tevredenheid is afgerond) te voeren en nader onderzoek te verrichten naar de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij de vader. Deze zaken dient de GI echter niet te doen vanuit de eerder aangenomen eigen hypothese dat er sprake is van relationele beïnvloeding door de moeder, maar vanuit het oordeel van het hof dat er sprake is van meerdere (objectieve) signalen van onveiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij de vader.
derhalve tot 9 april 2026 PRO FORMA, teneinde de resultaten van het BOR II-traject en het nader onderzoek van de GI naar de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij de vader af te wachten.
4.De beslissing
voorlopig, tot nader wordt beslist,gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar in het kader van een kortdurend BOR II-traject bij een door de GI nog in te schakelen zorgaanbieder in de regio [regio] , waarbij de invulling van het BOR II-traject wordt overgelaten aan die zorgaanbieder;
tot 9 april 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verloop van het BOR II-traject en in afwachting van de resultaten van het door de GI nog te verrichten nadere onderzoek naar de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij de vader;