Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij in of omstreeks de maand november 2017 te Susteren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:
- in een specificatie niet geleverde melk (DOC-01584 - p 3352/3298) op te geven dat in 2015 113.680 kg melk niet geleverd kon worden en/of;
- in een ongedateerde brief (DOC-01562 - p 3330/3276) op te nemen: "de daadwerkelijk geproduceerde melk in 2015 bedraagt 609.880 + 113.680 = 723.560 kilogram",
- een specificatie niet geleverde melk (DOC-01584 – p. 3352/3298) en/of;
- een ongedateerde brief (DOC-01562 – p. 3330/3276),
[bedrijf 1] in of omstreeks de periode van 17 april 2018 tot en met 14 juni 2018, te Deinum, Leeuwarden, Ysselsteyn, Meijel en/of Heythuysen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:
[bedrijf 1] in of omstreeks de periode van 28 december 2016 tot en met 9 april 2018, te Sint Philipsland en/of Heythuysen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:
- op een opdrachtbevestiging voor een mestscheider (DOC-04484 – p. 5040/4980) de datum 15 januari 2017 te vermelden en/of;
- op een factuur van [bedrijf 2] met nummer SI-160252 (DOC-04491 – p. 5047/4987) de factuurdatum 23-01-2017 te vermelden,
- een opdrachtbevestiging voor een mestscheider (DOC-04484 – p. 5040/4980) en/of;
- een factuur van [bedrijf 2] met nummer SI-160252 (DOC-04491 – p. 5047/4987),
[bedrijf 1] in of omstreeks de periode van 11 tot en met 13 oktober 2017, te Esbeek, Meijel en/of Heythuysen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 16 mei 2018, althans op of omstreeks 15 en/of 16 mei 2018, te Helmond en/of Heythuysen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:
- in de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] , te vermelden dat [klant 1] 6 percelen met een oppervlakte van 5,75 ha blijvend grasland in gebruik had (DOC-03827 – p. 4563/4503) en/of;
- in het Overzicht percelen bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] , te vermelden dat de percelen [adres 4] tot en met [adres 5] bij [klant 1] in gebruik waren (DOC-03844 – p. 4580/4520) en/of;
- bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] , onder de vermelding "Mijn percelen" een foto bij te voegen van de percelen [adres 4] tot en met [adres 5] (DOC-03850 – p. 4586/4526),
- de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] (DOC-03816 – p. 4552/4492 tot en met DOC-03833 – p. 4569/4509) en/of;
- het Overzicht percelen bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] (DOC-03844 – p. 4580/4520) en/of;
- de bijlage "Mijn percelen" met een foto van de percelen [adres 4] tot en met [adres 5] , bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] , (DOC-03850 – p. 4586/4526),
hij omstreeks 15 en/of 16 mei 2018 te Lierop en/of Heythuysen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:
- in de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [bedrijf 4] , [adres 6] , te vermelden dat het bedrijf 31 percelen met een oppervlakte van 63,34 ha, althans een of meer percelen, in gebruik had om mee te rekenen voor de gebruiksnormen, de mestverwerkingsplicht en de Wet grondgebonden groei melkveehouderij (DOC-05076 – p. 5438/5372) en/of;
- in het Overzicht percelen bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [bedrijf 4] , [adres 6] , te vermelden dat de percelen [adres 7] tot en met [adres 8] , althans een of meer van die percelen, bij dat bedrijf in gebruik waren (DOC-05085 – p. 5447/5381 tot en met DOC-05087 – p. 5449/5383) en/of;
- bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van de [bedrijf 4] , [adres 6] , onder de vermelding "Mijn percelen" een of meer foto's bij te voegen van de percelen [adres 7] t/m [adres 8] , althans van een of meer van die percelen (DOC-05093 – p. 5455/5389, DOC-05095 – p. 5457/5391 en/of DOC-05096 – p. 5458/5392),
- de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [bedrijf 4] , [adres 6] , (DOC-05076 – p. 5438/5372) en/of;
- het Overzicht percelen bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [bedrijf 4] , [adres 6] (DOC-05085 – p. 5447/5381 tot en met DOC-05087 – p. 5449/5383) en/of;
- een of meer foto's van de percelen [adres 7] t/m [adres 8] , althans van een of meer van die percelen, onder de vermelding "Mijn percelen" (DOC-05093 – p. 5455/5389, DOC-05095 – p. 5457/5391 en/of DOC-05096 – p. 5458/5392),
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 17 juni 2019 te Heythuysen, Melick, Meijel en/of Neer , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door hem, verdachte, en/of [bedrijf 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en/of andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven bestaande uit:
- het meermalen plegen van valsheid in geschrifte en/of het meermalen gebruiken van valselijk opgemaakte geschriften (strafbaar gesteld in artikel 225 Wetboek Pro van Strafrecht) en/of;
- het meermalen veranderen van (de werking) van een inrichting zonder vergunning (strafbaar gesteld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en/of;
- het vervalsen van een registratie die is vereist ingevolge de Regeling ammoniak en veehouderij (strafbaar gesteld in artikel 8.40 van de Wet milieubeheer) en/of;
- het meermalen foutief opgeven van de ingevolge artikel 26 van Pro het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet vereiste gegevens (strafbaar gesteld in artikel 34 en Pro/of 35 van de Meststoffenwet).
hij in de maand november 2017 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, door:
- in een specificatie niet geleverde melk (DOC-01584 - p 3352/3298) op te geven dat in 2015 113.680 kg melk niet geleverd kon worden en
- in een ongedateerde brief (DOC-01562 - p 3330/3276) op te nemen: "de daadwerkelijk geproduceerde melk in 2015 bedraagt 609.880 + 113.680 = 723.560 kilogram",
[bedrijf 1] in de periode van 17 april 2018 tot en met 14 juni 2018 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen een geschrift, dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, heeft vervalst, door:
[bedrijf 1] in de periode van 28 december 2016 tot en met 9 april 2018 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, heeft vervalst, door:
- op een opdrachtbevestiging voor een mestscheider (DOC-04484 – p. 5040/4980) de datum 15 januari 2017 te vermelden en
- op een factuur van [bedrijf 2] met nummer SI-160252 (DOC-04491 – p. 5047/4987) de factuurdatum 23-01-2017 te vermelden,
[bedrijf 1] in de periode van 11 tot en met 13 oktober 2017 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, door:
hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 16 mei 2018 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, door:
- in de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] , [adres 2] , te vermelden dat de [adres 3] percelen met een oppervlakte van 5,75 ha blijvend grasland in gebruik had (DOC-03827 – p. 4563/4503) en
- in het Overzicht percelen bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] , te vermelden dat de percelen [adres 4] tot en met [adres 5] bij [klant 1] in gebruik waren (DOC-03844 – p. 4580/4520) en
- bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [klant 1] [adres 2] , onder de vermelding "Mijn percelen" een foto bij te voegen van de percelen [adres 4] tot en met [adres 5] (DOC-03850 – p. 4586/4526),
hij op of omstreeks 15 en/of 16 mei 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, door:
- in de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [bedrijf 4] , [adres 6] , te vermelden dat het percelen in gebruik had om mee te rekenen voor de gebruiksnormen, de mestverwerkingsplicht en de Wet grondgebonden groei melkveehouderij (DOC-05076 – p. 5438/5372) en
- in het Overzicht percelen bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van [bedrijf 4] , [adres 6] , te vermelden dat de percelen [adres 7] tot en met [adres 8] bij dat bedrijf in gebruik waren (DOC-05085 – p. 5447/5381 tot en met DOC-05087 – p. 5449/5383) en
- bij de Gecombineerde Data Inwinning 2018 van de [bedrijf 4] , [adres 6] , onder de vermelding "Mijn percelen" foto's bij te voegen van de percelen [adres 7] t/m [adres 8] (DOC-05093 – p. 5455/5389, DOC-05095 – p. 5457/5391 en/of DOC-05096 – p. 5458/5392),
hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 17 juni 2019 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door hem, verdachte, en [bedrijf 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven bestaande uit:
- het meermalen plegen van valsheid in geschrifte en/of het meermalen gebruiken van valselijk opgemaakte geschriften (strafbaar gesteld in artikel 225 Wetboek Pro van Strafrecht) en/of
- het veranderen van (de werking) van een inrichting zonder vergunning (strafbaar gesteld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en/of
- het vervalsen van een registratie die is vereist ingevolge de Regeling ammoniak en veehouderij (strafbaar gesteld in artikel 8.40 van de Wet milieubeheer).
- oplegdata van de gespeende biggen per afdeling;
- afleverdata van de gespeende biggen per afdeling;
- tijdstip aflaten mest per afdeling;
- totaal waterverbruik (inclusief reinigingswater) per afdeling.
- of de verdachte in zijn algemeenheid wist dat de organisatie het oogmerk had tot het plegen van misdrijven (waarbij voorwaardelijk opzet niet voldoende is) en;
- of de verdachte een aandeel heeft gehad c.q. ondersteunende handelingen heeft verricht, gericht op verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
- [betrokkene 8] verklaarde dat zij het verrassend vond dat het werk bestond uit dingen op papier “passend maken”.
- [betrokkene 9] gaf aan het af en toe moeilijk te vinden, als besloten werd de mestboekhouding af te werken op een manier welke voor haar gevoel niet klopte. Hierbij zij nog opgemerkt dat het hof opvalt dat een van de bestuurders, [medeverdachte 3] , aanwezig bij dat gesprek, [betrokkene 9] aangaf hierop door te vragen waarom voor een bepaalde weg gekozen werd bij een bedrijf, terwijl van een leidinggevende als [medeverdachte 3] in een dergelijke situatie juist mag worden verwacht dat hij zou (laten) onderzoeken of en zo ja wat er dan niet klopte en indien nodig vervolgens passende maatregelen zou nemen. Uit het feit dat [medeverdachte 3] dit niet deed, leidt het hof af dat het binnen [bedrijf 1] kennelijk niet uitzonderlijk was dat zaken passeerden die niet klopten, waarbij het hof ‘niet klopten’ begrijpt als in strijd met de werkelijkheid.
- [medeverdachte 3] en [betrokkene 10] bespraken een bepaald type werkzaamheden, waarbij [medeverdachte 3] aangaf dat daarbij meer moest worden gezocht naar gaatjes en er minder trucjes van toepassing waren.
- [betrokkene 11] benoemde in een gesprek met [medeverdachte 5] het toepassen van creativiteit als meest boeiend. “Zorgen dat iets tóch kan, de regels zo uitleggen dat een ontwikkeling mogelijk is.” [medeverdachte 5] gaf daarbij aan dat hier voldoende tijd voor genomen en ingestopt moest worden.
- [betrokkene 11] benoemde in een gesprek met [medeverdachte 5] dat hij beter begon te begrijpen hoe het spel gespeeld werd en wat bijvoorbeeld wel of niet te zeggen tegen de gemeente.
- [betrokkene 12] benoemde in een gesprek met [medeverdachte 5] situaties die “recht gerekend” moesten worden.
- [betrokkene 10] benoemde in een gesprek met [medeverdachte 3] dat het beter zou zijn om het juridisch/procedureel aan te pakken, bijvoorbeeld om de RVO niet onnodig slimmer te maken.
- [betrokkene 13] uitte in een terugblik op een voorgaand functioneringsgesprek zijn zorgen naar aanleiding van iets wat op 11 november jl. was ontstaan, waarbij het hof begrijpt dat wordt verwezen naar het in november 2017 verschenen artikel in NRC Handelsblad met de titel “Het Mestcomplot”. In dat artikel [DOC-01314 t/m DOC-01325, pagina’s 003162 t/m 003173] werd besproken dat boeren, transporteurs, mestverwerkers en handelaars in Brabant en Limburg op grote schaal fraudeerden met mest. [betrokkene 13] vroeg zich af wat werkinhoudelijk nog binnen de kaders paste en wat niet, wat de strikte kaders überhaupt waren, vroeg zich vaker dan voorheen af of hij het wel goed deed en vond het lastiger om risico’s te overzien. Hij zei daarbij dat de weg steeds smaller werd, vroeg zich af wat de wegkanten precies waren en welke rek er was en gaf aan dat de vragen ook bij collega’s speelden. Met andere woorden: binnen [bedrijf 1] waren die strikte kaders er niet of minst genomen onvoldoende duidelijk en het krantenartikel gaf aanleiding te bedenken of ze binnen de organisatie wel goed (het hof vat dit op als: volgens de regels) bezig waren.
- In het overleg d.d. 5 juli 2016, waarbij [verdachte] en [medeverdachte 3] aanwezig waren, werden de aanwezige medewerkers geïnstrueerd de mestproductie aan te passen, zodat gehaltes dierlijke productie klopten met de afgevoerde mest.
- In het overleg d.d. 19 mei 2016, waarbij [verdachte] en [medeverdachte 3] aanwezig waren, werden de aanwezige medewerkers geïnstrueerd dat wanneer de verwerking niet uitkwam en niet recht te rekenen viel er overlegd moest worden wat hiermee moest.
- In het overleg d.d. 20 april 2017, waarbij [verdachte] aanwezig was, werden de aanwezige medewerkers geïnstrueerd dat als een dingetje aan de mestboekhouding niet klopte, besproken moest worden of het wel of niet kon en of het verantwoord was om het op te sturen en dat de buitendienst de klant erop wees dat de mestboekhouding niet controle-proof was.
.Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon zal sprake kunnen zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede is begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de gedraging.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
13 (dertien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.