ECLI:NL:GHSHE:2025:3606
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vonnis van de rechtbank Oost-Brabant inzake valsheid in geschrift door een rechtspersoon
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 11 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, dat op 20 december 2022 was gewezen. De verdachte, een rechtspersoon, was eerder veroordeeld voor het medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, en kreeg een geldboete van € 20.000, waarvan € 10.000 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de zitting in hoger beroep heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal gehoord, die bevestiging van het vonnis heeft gevorderd, en de verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, maar met aanvulling en verbetering van de gronden. Het hof heeft de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de rechtbank integraal vervangen om de leesbaarheid te verbeteren. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte valsheid in geschrift heeft gepleegd door documenten valselijk op te maken met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken. De verdachte heeft geprobeerd om de referentiegegevens voor de vaststelling van fosfaatrechten te wijzigen door middel van valse documenten. Het hof heeft ook geoordeeld dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden, wat heeft geleid tot een gedeeltelijk voorwaardelijke geldboete. De beslissing is gegrond op verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht.