De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor zware mishandeling. Het hof bevestigt deze straf en wijst de gronden van de rechtbank, maar heroverweegt de schadevergoedingsvordering van het slachtoffer.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van ruim € 14.600, waarvan de rechtbank een deel toekende. Het hof beoordeelde de onderbouwing van de schadeposten en wees een deel toe, waaronder ziekenhuisdaggeld, kleding, medische kosten, reis- en parkeerkosten, verlies aan arbeidsvermogen en immateriële schade wegens een blijvend litteken.
De totale toegewezen schadevergoeding bedraagt € 8.912,20, waarvan € 2.912,20 materiële en € 6.000 immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De overige vorderingen worden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast legt het hof een schadevergoedingsmaatregel op met gijzeling bij niet-betaling.
De verdediging voerde matiging aan wegens mogelijke woon- en baanverlies en berouw, maar het hof verwierp dit vanwege onvoldoende berouw en de ernst van het letsel. Het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd, behalve het schadevergoedingsdeel waarop het hof opnieuw recht doet.