Uit het onderzoek ter terechtzitting en de (schriftelijke en mondelinge) toelichting op de vordering van de benadeelde partij, is het hof genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden.
Het hof is van oordeel dat de gevorderde ziekenhuisdaggeldvergoeding ter hoogte van € 35,00 en de gevorderde vergoeding van reis- en parkeerkosten ter hoogte van € 104,48 beide in het geheel kunnen worden toegewezen. Deze schade is rechtstreeks geleden door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en is door/namens de benadeelde partij voldoende onderbouwd.
Ten aanzien van de gevorderde vergoeding van schade als gevolg van in het ziekenhuis vernietigde of zoekgeraakte kleding ter hoogte van € 699,19 kan naar het oordeel van het hof een bedrag van € 473,39 (bestaande uit de gezamenlijke waarde van het T-shirt, de broek, de trui en de jas die de benadeelde partij ten tijde van het bewezenverklaarde en bij de opname in het ziekenhuis droeg) worden toegewezen. Door/namens de benadeelde partij is voldoende onderbouwd dat deze kledingstukken in het ziekenhuis kapot zijn geknipt en/of zoek zijn geraakt. Dat geldt niet voor de schoenen die de benadeelde partij op de hiervoor genoemde momenten droeg. Mede gelet op de betwisting door de verdediging is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze schoenen, met een waarde van € 225,80, in het ziekenhuis kapot zijn geknipt en/of zoek zijn geraakt. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij op dit punt afwijzen.
Ten aanzien van de gevorderde vergoeding van medische kosten ter hoogte van € 2.321,00 kan naar het oordeel van het hof een bedrag van € 120,51 (bestaande uit het door de benadeelde betaalde eigen risico van € 14,51 en de kosten voor een afspraak met een psycholoog ter hoogte van 106,00) worden toegewezen. Deze schade is rechtstreeks geleden door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en is door/namens de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Het overige bedrag aan gestelde medische kosten acht het hof, mede gelet op de betwisting door de verdediging, onvoldoende onderbouwd. Uit de (bewijsstukken bij de) vordering blijkt niet dat de benadeelde partij deze kosten daadwerkelijk (zelf) heeft gemaakt en/of dat deze kosten niet voor vergoeding door de zorgverzekeraar in aanmerking komen. Dit bewijs had eenvoudig geleverd kunnen worden, door overlegging van betalingsbewijzen of verzekeringspapieren, hetgeen door de (gemachtigde van de) benadeelde partij is nagelaten. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij op dit punt daarom afwijzen.
Het hof is van oordeel dat de gevorderde vergoeding van schade als gevolg van verlies aan arbeidsvermogen ter hoogte van € 3.028,85 gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.179,52 (bestaande uit de door de benadeelde partij gemiste overwerkvergoeding voor de maanden mei 2023 tot en met december 2023). Deze schade is rechtstreeks geleden door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en is door/namens de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Het overige bedrag aan schade als gevolg van verlies aan verdienvermogen acht het hof, mede gelet op de betwisting door de verdediging, onvoldoende onderbouwd. Aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting ter nadere onderbouwing van dit deel van de vordering levert naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de vordering op dit punt niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.