De moeder is het niet eens met de ondertoezichtstelling van haar tweejarige kind, die door de rechtbank is uitgesproken vanwege ernstige ontwikkelingsachterstanden en zorgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder. De moeder gebruikt meerdere dempende medicaties en staat nog niet in een afbouwtraject vanwege lange wachtlijsten.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) stellen dat de medicatieverslaving van de moeder haar alertheid en sensitiviteit zodanig beïnvloedt dat zij onvoldoende in staat is haar kind te stimuleren en te verzorgen. Het kind vertoont ontwikkelingsachterstanden op motorisch, sociaal-emotioneel en taalgebied. De moeder erkent haar medicatiegebruik maar stelt dat dit haar zorg voor het kind niet belemmert en dat zij hulp accepteert, hoewel de hulpverlening nog niet effectief is opgestart.
Het hof overweegt dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging nog steeds aanwezig is en dat het vrijwillige kader onvoldoende waarborgen biedt. Het is noodzakelijk dat de GI regie voert over de hulpverlening om de moeder en het kind te ondersteunen. De bestreden beschikking tot ondertoezichtstelling wordt daarom bekrachtigd.