ECLI:NL:GHSHE:2025:3650

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
20-001266-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake wapens en munitie

Op 18 december 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De verdachte, geboren in 1992 en thans gedetineerd, was eerder vrijgesproken van enkele feiten, maar werd wel schuldig bevonden aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens en munitie, in strijd met de Wet wapens en munitie. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 45 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een zwaardere straf geëist van 54 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep voor de vrijspraak van enkele feiten, maar heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd voor de bewezenverklaring van andere feiten. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden, waaronder een meldplicht bij de reclassering en een behandelverplichting. Het hof heeft de ernst van de feiten en het gevaar voor de samenleving benadrukt, gezien de grote hoeveelheid wapens en munitie die de verdachte in zijn bezit had, en het risico op herhaling.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001266-24
Uitspraak : 18 december 2025
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 1 mei 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-111570-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Grave, [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder feit 2 en feit 5 tenlastegelegde. De rechtbank heeft het onder de feiten 1, 3 en 4 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
- ‘ ‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet
wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van
categorie II, meermalen gepleegd
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2° of onderdeel 7°, meermalen gepleegd
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (feit 1),
- ‘ ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (feit 3), en
- ‘ ‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet
wapens en munitie, meermalen gepleegd’ (feit 4),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem te dien aanzien veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank aan het voorwaardelijke strafdeel bijzondere voorwaarden verbonden, te weten – samengevat weergegeven – een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting, de verplichting om werk te vinden en een voorwaarde betreffende het gedrag van de verdachte – kort gezegd – in relatie tot wapens en munitie. De rechtbank heeft ten slotte van een inbeslaggenomen personenauto en een geldbedrag van € 5.100,- de teruggave gelast aan de verdachte en – kort gezegd – een hoeveelheid wapens (en onderdelen) en munitie onttrokken aan het verkeer.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep onder aanvulling van gronden – de bekennende verklaring van de verdachte in hoger beroep – zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek met voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat hof aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden zal verbinden.
De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof en daarnaast een strafmaatverweer gevoerd, zulks op de wijze als hierna is vermeld.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder feit 2 en feit 5 tenlastegelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste en vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak van het onder feit 2 en feit 5 tenlastegelegde.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal – voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen – worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 april 2023 te Oisterwijk en/of Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op [adres 2] (p.825 pv WME, EINDDOSSIER)
 een of meer wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een of meer enkelloops hagelgeweren van de merken Anschütz en/of Manu Arm en/of een onbekend merk en/of de bij die hagelgeweren aangetroffen patronen/munitie en/of
- een of meer kogelgeweren van de merken Berthier en/of British BSA SHT LE en/of Carcano en/of Carl Gustaf en/of Enfield en/of Erma en/of FN en/of Lee Enfield en/of Mannlicher en/of Marlin en/of Mauser en/of Karabiner Modell 1931 en/of TOZ en/of Voere en/of Winchester en/of de bij die kogelgeweren aangetroffen patronen/munitie en/of
- een of meer pistolen van de merken FN en/of Mauser en/of MAB en/of Savage en/of Nambu en/of Walther en/of SIG en/of de bij die pistolen aangetroffen patronen/munitie en/of
- een of meer revolvers van de merken Enfield en/of Smith & Wesson en/of onbekend merk type Bulldog en/of onbekend merk type Top Break en/of de bij die revolvers aangetroffen patronen/munitie en/of
- een loop van een pistool, onbekend merk, kaliber .22 en/of een of meer onderdelen van een revolver, onbekend merk, type Bulldog en/of
- een of meer patroonmagazijnen (voor geweren en/of pistolen) en/of
 een wapen van categorie II, onder 3 van de Wet wapen en munitie en/of munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool van het merk Beretta en/of de bij dat machinepistool een of meer aangetroffen munitie en/of
 een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie en/of munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool van het merk Erma Werke en/of de bij dat machinepistool een of meer aangetroffen patronen/munitie en/of
 een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen (merkloos) en/of
 een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een Russische F1 handgranaat en/of
 een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie en/of munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een alarm-schietapparaat en/of de bij dat alarm-schietapparaat een of meer aangetroffen patronen/munitie en/of
 munitie van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- de bij de patroonmagazijnen een of meer aangetroffen kogelpatronen (van het merk Remington), althans munitie van categorie III en/of
- een grote hoeveelheid, kogelpatronen en/of hagelpatronen, althans munitie van categorie III en/of lichtspoorpatronen, althans munitie van categorie II en/of
- een of meer hagelpatronen merk Fiocchi en/of een of meer patroonhulzen, merk onbekend en/of een of meer patroonhulzen, merk IMI, Russian en Speer en/of een patroonhuls merk S&B, althans munitie van categorie III en/of
op [adres 4] (p.884 pv WME, EINDDOSSIER)
 een of meer wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een of meer kogelgeweren van de merken: Unique en/of Browning en/of Ruger en/of FN en/of Remington en/of Tosche & Co en/of Voere en/of
- een dubbelloops hagelgeweer van het merk Acciaio en/of
- een gaspistool van het merk Walther en/of
- een pistool van het merk Walther en/of
- een of meer revolvers van de merken: Arminius en/of Nagant en/of
- een of meer patroonmagazijnen van een onbekend merk en/of van het merk Bren LMG en/of
 een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinegeweer van het merk Ametralladora Hotchkiss en/of
 een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een heimelijk vuurwapen (schietpen) (merkloos) en/of
 munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een of meer kogelpatronen van de merken: Federal en/of Gévelot en/of CCI en/of
- een of meer kogelpatronen (p.899) en/of
- een of meer hagelpatronen (p.899) en/of
- een of meer signaalpatronen (p.899) en/of
- een of meer gaspatronen (p.899) en/of
- een of meer knalpatronen (p.899) en/of
- een of meer patroonhulzen (p.899) en/of
- een of meer kogelpunten (p.899), voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 28 april 2023 te Oss en/of Oisterwijk, althans in Nederland, op [adres 3] (p.876 pv WME, EINDDOSSIER) een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een enkelloops kogelgeweer, van het merk Mauser en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een of meer patroonmagazijnen en/of
- een of meer hagelpatronen van het merk Fiocchi en/of
- een of meer kogelpatronen van het merk Orbea en/of
- een patroonhuls van het merk Prvi Partizan en/of
in het voertuig (Fiat Croma met kenteken [kenteken] ) (p.912 pv WME, EINDDOSSIER) een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Sauer & Sohn en/of een of meer patroonmagazijnen en/of
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten: een of meer kogelpatronen van de merken: Geco en/of Sellier & Bellot en/of CBC, voorhanden heeft gehad;
4.
hij op of omstreeks 28 april 2023 te Oisterwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op [adres 4] (p.905 pv WME, EINDDOSSIER)
  • een wapen, van categorie I, onder 1° of 3°, te weten een of meer geluiddempers en/of
  • een wapen, van categorie I onder 7°, te weten:
- een airsoftgeweer, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen (machinegeweer van het merk Colt, M4 Carbine) en/of
- een gasdrukpistool van het merk KWC, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen (pistool van het merk Colt, type Government 1911 A1) en/of
- een of meer imitatiepistolen zijnde (een) voorwerp(en) die/dat voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen (een) sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) bestaand(e) vuurwapen(s) (pistool van het merk Walther, type P38 en/of pistool van het merk Mauser, type P08 Luger), voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij omstreeks 28 april 2023 te Oisterwijk op [adres 2]
 wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- enkelloops hagelgeweren van de merken Anschütz en Manu Arm en een onbekend merk en de bij die hagelgeweren aangetroffen patronen/munitie en
- kogelgeweren van de merken Berthier en British BSA SHT LE en Carcano en Carl Gustaf en Enfield en Erma en FN en Lee Enfield en Mannlicher en Marlin en Mauser en Karabiner Modell 1931 en TOZ en Voere en Winchester en de bij die kogelgeweren aangetroffen patronen/munitie en
- pistolen van de merken FN en Mauser en MAB en Savage en Nambu en Walther en SIG en de bij die pistolen aangetroffen patronen/munitie en
- revolvers van de merken Enfield en Smith & Wesson en onbekend merk type Bulldog en onbekend merk type Top Break en de bij die revolvers aangetroffen patronen/munitie en
- een loop van een pistool, onbekend merk, kaliber .22 en onderdelen van een revolver, onbekend merk, type Bulldog en
- patroonmagazijnen (voor geweren en pistolen) en
 een wapen van categorie II, onder 3 van de Wet wapen en munitie en munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool van het merk Beretta en de bij dat machinepistool een aangetroffen munitie en
  • een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie en munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool van het merk Erma Werke en de bij dat machinepistool aangetroffen patronen/munitie en
  • een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen (merkloos) en
 een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een Russische F1 handgranaat en
 een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie en munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een alarm-schietapparaat en de bij dat alarm-schietapparaat aangetroffen patronen/munitie en
 munitie van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- de bij de patroonmagazijnen een of meer aangetroffen kogelpatronen (van het merk Remington), en/of
- een grote hoeveelheid, kogelpatronen en hagelpatronen en lichtspoorpatronen en
- hagelpatronen merk Fiocchi en een patroonhulzen, merk onbekend en patroonhulzen, merk IMI, Russian en Speer en een patroonhuls merk S&B, en
op [adres 4]
 wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- kogelgeweren van de merken: Unique en Browning en Ruger en FN en/of Remington en Tosche & Co en Voere en
- een dubbelloops hagelgeweer van het merk Acciaio en
- een gaspistool van het merk Walther en
- een pistool van het merk Walther en
- revolvers van de merken: Arminius en Nagant en
- een of meer patroonmagazijnen van een onbekend merk en van het merk Bren LMG en
 een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinegeweer van het merk Ametralladora Hotchkiss en
 een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een heimelijk vuurwapen (schietpen) (merkloos) en
 munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- kogelpatronen van de merken: Federal en Gévelot en CCI en
- kogelpatronen en
- hagelpatronen en
- signaalpatronen en
- gaspatronen en
- knalpatronen en
- patroonhulzen en
- kogelpunten, voorhanden heeft gehad;
3.
hij omstreeks 28 april 2023 te Oss en Oisterwijk, op [adres 3] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een enkelloops kogelgeweer, van het merk Mauser en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- patroonmagazijnen en
- hagelpatronen van het merk Fiocchi en
- kogelpatronen van het merk Orbea en
- een patroonhuls van het merk Prvi Partizan en
in het voertuig (Fiat Croma met kenteken [kenteken] )
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Sauer & Sohn en een patroonmagazijn en
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten: kogelpatronen van de merken: Geco en Sellier & Bellot en CBC, voorhanden heeft gehad;
4.
hij omstreeks 28 april 2023 te Oisterwijk, op [adres 4]
  • een wapen, van categorie I, onder 3°, te weten geluiddempers en
  • een wapen, van categorie I onder 7°, te weten:
- een airsoftgeweer, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen (machinegeweer van het merk Colt, M4 Carbine) en
- een gasdrukpistool van het merk KWC, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen (pistool van het merk Colt, type Government 1911 A1) en
- imitatiepistolen, zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen sprekende gelijkenis vertoonden met bestaande vuurwapens (pistool van het merk Walther, type P38 en pistool van het merk Mauser, type P08 Luger), voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte ter terechtzitting van het hof d.d. 4 december 2025 een bekennende verklaring heeft afgelegd ten aanzien van het tenlastegelegde – op de wijze zoals in de bewezenverklaring staat vermeld – en dienaangaande nadien geen vrijspraak is bepleit, kan in hoger beroep worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar bewijsmiddelen afkomstig uit het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, Districtsrecherche Hart van Brabant, onderzoek ‘Fredonia’ opgesteld door verbalisant van politie [verbalisant 1] , gesloten 2 oktober 2023, registratienummer: PL200-2023105421, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1174.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2023 (dossierpagina’s 475-477), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] ;
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2023 (dossierpagina’s 482-484), met fotobijlagen (dossierpagina’s 485-493), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] ;
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2023 (dossierpagina’s 585-591), met fotobijlagen (dossierpagina’s 592-614), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 4] ;
Het proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 29 april 2023 (dossierpagina’s 616-617), met fotobijlagen (dossierpagina’s 618-625), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] ;
Het proces-verbaal van binnentreden woning d.d. 30 april 2023 (dossierpagina’s 626-628), met bijlagen (dossierpagina’s 629-649), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 6] ;
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2023 (dossierpagina’s 740-742), met fotobijlagen (dossierpagina’s 743-751), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 4] ;
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2023 (dossierpagina 766-767), met fotobijlagen (dossierpagina 768-799), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 7] ;
Het proces-verbaal van beschrijving en categorisering d.d. 29 juni 2023 (dossierpagina’s 825-872), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 8] ;
Het proces-verbaal van beschrijving en categorisering d.d. 29 juni 2023 (dossierpagina’s 876-879), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 8] ;
Het proces-verbaal van beschrijving en categorisering d.d. 29 juni 2023 (dossierpagina’s 884-911), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 8] ;
Het proces-verbaal van beschrijving en categorisering d.d. 29 juni 2023 (dossierpagina’s 912-916), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 8] ;
Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris van 4 mei 2023;
De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof, op 4 december 2025.
Bewijsoverwegingen
I.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
II.
Op grond van de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte – kort gezegd – de in de bewezenverklaring vermelde wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Het hof zal de verdachte evenwel vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen en daartoe overweegt het hof het volgende.
Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen of munitie te komen, moet komen vast te staan dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een of meer anderen die was gericht op het voorhanden hebben van een wapen of munitie. Ook dan is vereist dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Daarnaast moet vaststaan dat de verdachte tezamen met de mededader(s) feitelijke macht over het wapen of de munitie heeft kunnen uitoefenen.
Naar het oordeel van het hof schiet het bewijs tekort om in rechte vast te kunnen stellen dat er een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , welke samenwerking was gericht op het voorhanden hebben van de wapens en/of munitie, zodat de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
meermalen gepleegd.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
meermalen gepleegd.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2 of onderdeel 7.
meermalen gepleegd.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
meermalen gepleegd.
Het onder feit 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
meermalen gepleegd.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
meermalen gepleegd.
Het onder feit 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en dat het hof voorts aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden zal verbinden. De oplegging van deze gevangenisstraf is in het bijzonder geboden, gelet op de grote hoeveelheid aangetroffen wapens en munitie en het gevaar dat daarvan uitgaat, aldus de advocaat-generaal.
De raadsman van de verdachte heeft een strafmaatverweer gevoerd en betoogd dat het hof thans zal volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan de duur gelijk is aan de duur van het voorarrest, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf – met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden – en/of een taakstraf. Ter onderbouwing van het een en ander heeft de raadsman aangevoerd dat sprake is van hoofdzakelijk oude en/of historische vuurwapens, welke niet gericht zijn op afdreiging of het plegen van andere strafbare feiten. Onder verwijzing naar de in andere zaken opgelegde gevangenisstraffen, waarin dit nadrukkelijk anders is, heeft de raadsman bepleit dat de gevangenisstraf gematigd dient te worden. Daarnaast heeft de raadsman in dit kader gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte reeds zelf hulp en behandeling heeft gezocht voor zijn problematiek – kort gezegd – verband houdende met diens interesse in vuurwapens.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is – kort gezegd – bewezenverklaard dat hij een zeer grote hoeveelheid wapens (70 vuurwapens, van verschillende typen) en munitie (in totaal 380 kilogram), alsmede andersoortige wapens en onderdelen van (vuur)wapens voorhanden heeft gehad. Dit alles is aangetroffen in verdachtes woning en auto, alsmede in de woning van verdachtes vader en in een door deze laatste gehuurde, doch (mede) door verdachte gebruikte loods. Het betrof vooral oude wapens, waarvan een klein deel onklaar was gemaakt, doch het overgrote deel geschikt en gereed was (te maken) voor gebruik. Uit het verhandelde ter terechtzitting en het dossier is gebleken dat de verdachte een lang bestaande bijzondere interesse heeft in (met name oude c.q. historische) vuurwapens en deze al geruime tijd verzamelt. Zodoende heeft hij een zeer grote verzameling verschillende (soorten) vuurwapens en munitie opgebouwd. Daarnaast heeft de verdachte, naar eigen zeggen, meer dan eens wapens en munitie verhandeld.
Het voorhanden hebben van vuurwapens in het algemeen en functionerende wapens met bijpassende munitie in het bijzonder, zijn zeer ernstige strafbare feiten. Dergelijke gedragingen, temeer in de omvang zoals bewezenverklaard, brengen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee en maken een ernstige inbreuk op de rechtsorde. De Wet wapens en munitie brengt dit tot uitdrukking in forse (maximum) straffen. Het is verder een feit van algemene bekendheid dat het bezit van vuurwapens regelmatig tot het gebruik daarvan leidt. Dat dit risico allesbehalve denkbeeldig is, heeft zich in deze zaak uitgewezen, nu de verdachte op de bewezenverklaarde datum een afspraak had om een of meerdere vuurwapens te verkopen. Deze afspraak is uitgemond in een schietincident, waarbij de verdachte zelf is beschoten en gewond is geraakt. Verdachtes interesse in vuurwapens mag dan – naar eigen zeggen – voornamelijk zijn ingegeven vanuit een historisch oogpunt, zulks doet echter niet af aan de gevaarlijkheid en de ernst van de feiten. De wapens zijn namelijk onverminderd bruikbaar, dan wel kunnen bruikbaar worden gemaakt en daarmee zijn de wapens interessant voor het criminele milieu. Een en ander wordt geïllustreerd door de omstandigheid dat de verdachte eerder wapens heeft verkocht en dat hij ten tijde van het bewezenverklaarde bezig was met de verkoop van een of meer vuurwapens. Nederland heeft de laatste jaren dan ook te maken met steeds meer en heviger vuurwapengeweld. Dergelijke feiten dragen daardoor bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft zich van deze gevolgen van zijn handelen kennelijk niets aangetrokken, hetgeen het hof zeer kwalijk acht.
Het hof heeft voorts ten nadele van de verdachte acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 10 oktober 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld, waaronder ter zake van de overtreding van de Wet wapens en munitie.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van een reclasseringsadvies de verdachte betreffende d.d. 23 februari 2023. Uit het reclasseringsadvies komt als conclusie naar voren dat bij de verdachte sprake is van ADHD-problematiek, mogelijk in combinatie met persoonlijkheidsproblematiek. Ten aanzien van het verzamelen van wapens bestaat er
een pro-criminele houding. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld.
Ondanks eerder reclasseringstoezicht en een behandeling bij een GGZ-instelling, is de verdachte toch opnieuw de fout ingegaan. De reclassering heeft daarom ter beperking van het recidiverisico voorwaarden geformuleerd, welke kunnen worden verbonden aan een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar ook in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling toepasbaar zijn. De bijzondere voorwaarden behelzen – kort gezegd – een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, dagbesteding en een voorwaarde betreffende het gedrag van de verdachte – kort gezegd – in relatie tot wapens en munitie.
Het hof heeft verder gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan gedurende het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte in dat verband verklaard dat hij nog altijd samenwoont met zijn partner. Hij heeft eerder hulp gezocht bij de GGZ voor – kort gezegd – zijn fascinatie met vuurwapens, maar die pogingen zijn voortijdig gestrand dan wel niet succesvol gebleken. In detentie heeft hij zijn vrachtwagenchauffeursopleiding behaald en hij heeft thans zicht op een bijpassende baan. Momenteel heeft hij een bijstandsuitkering. De verdachte heeft ten slotte verklaard dat hij bereid is om mee te werken aan alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, het justitiële verleden van de verdachte en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van substantiële duur met zich brengt. Bij het bepalen van de hierna aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf heeft het hof tevens de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie mede in aanmerking genomen. De oriëntatiepunten indiceren voor het bezit van een enkel vuurwapen in de woning een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur 4 maanden en voor een automatisch vuurwapen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Als reeds overwogen had de verdachte een zeer grote hoeveelheid vuurwapens, waaronder twee automatische vuurwapens en daarnaast een zeer grote hoeveelheid munitie, voorhanden.
Al het voorgaande afwegende acht het hof, zoals (grotendeels) door de advocaat-generaal gevorderd, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur 54 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Teneinde voorts de kans op herhaling te minimaliseren en verdachtes inspanningen om niet andermaal op vergelijkbare wijze met vuurwapens in aanraking te komen, kracht bij te zetten, zal het hof een deel van de gevangenisstraf, te weten 6 maanden, voorwaardelijk doen zijn en aan het voorwaardelijke strafdeel de in het dictum nader te noemen bijzondere voorwaarden verbinden. Bij de formulering daarvan sluit het hof aan bij voornoemd reclasseringsadvies. Mede in aanmerking genomen dat uit het verhandelde ter zitting naar voren is gekomen dat er andermaal een verdenking van vuurwapenbezit jegens de verdachte is gerezen, schat het hof het recidiverisico, anders dan de reclassering, in als hoog. Het hof acht een deels voorwaardelijke straf met een proeftijd van 3 jaren en de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden, dan ook nodig ter beperking van het recidiverisico.
In hetgeen de verdediging bij pleidooi naar voren heeft gebracht, waaronder de door haar aangehaalde jurisprudentie, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Hoewel het hof zeker oog heeft voor de verschillen tussen de onderhavige en de door de raadsman benoemde zaken, ziet het hof, in het bijzonder gelet op hetgeen het hof hierboven met betrekking de zeer grote hoeveelheid wapens en munitie, het gevaar dat daarvan uitgaat en verdachtes strafblad heeft overwogen, geen grond om tot een strafmatigend oordeel te komen.
Beslag
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat bij gelegenheid van het vooronderzoek onder de verdachte een personenauto, een geldbedrag van € 5.100,- en (kort gezegd) wapens en munitie in beslag zijn genomen.
Nu er geen strafvorderlijk belang meer is bij handhaving van het beslag op de auto en het geldbedrag, zal het hof de teruggave daarvan gelasten aan de verdachte, als zijnde de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon.
De hierna in het dictum te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke de bewezenverklaarde feiten zijn begaan (te weten de vuurwapens, de patroonhouders en alle munitie), dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraakbeslissingen ter zake van het onder feit 2 en feit 5 tenlastegelegde:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het onder feit 1, feit 3 en feit 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
54 (vierenvijftig) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd:
stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat de verdachte zich binnen 48 uur na het onherroepelijk worden van dit arrest meldt bij Reclassering Nederland, [adres 5] , telefoonnummer [telefoonnummer] . De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- dat de verdachte zich laat behandelen door GGZ Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start als blijkt dat de behandeling in een vrijwillig kader ontoereikend blijkt te zijn of als er risico op herhaling van delictgedrag dreigt. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
- dat de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- dat de verdachte geen wapens en munitie bezit en dat hij problemen in dat verband, bijvoorbeeld de drang om weer te gaan verzamelen indien aanwezig, bespreekbaar maakt bij de reclassering. De verdachte mijdt risicovolle contacten en maakt ook hier problemen direct bespreekbaar bij de reclassering. Een en ander zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht.
geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Personenauto Omschrijving: G2586964, Grijs, merk: Fiat, chassisnr:
[chassisnummer] , bouwjaar 2006;
- Een geldbedrag van 5.100 EUR PL2000-2023105421-2589061;
beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Pistool Omschrijving: G2589061;
- 1 STK Munitie Omschrijving: G2589055, Zwart;
- 1 STK Patroonhouder (Omschrijving: G2589059;
- 1 STK Munitie Omschrijving: G2589060;
- 50 STK Munitie Omschrijving: G2590229, Sellier & Bellot;
- 20 STK Munitie Omschrijving: G2589088, Sellier & Bellot;
- 13 STK Munitie Omschrijving: G2589083, Sellier & Bellot;
- 1 STK Patroonhouder Omschrijving: G2589091;
- 1 STK Geweer Omschrijving: G2589080;
- 1 STK Patroonhouder Omschrijving: G2587085, bruin (hout), merk: S/27 1936;
- 1 STK Patroonhouder Omschrijving: G2587090 (magazijn voor wapen), Mp38u40;
- 1 STK Patroonhouder Omschrijving: G2587092 (lege patroonhouder);
- 2 STK Munitie Omschrijving: G2587093 (lege patroonhouder gegraveerd: 2033 655);
- 1 STK Munitie Omschrijving: G2587088 (witte vulling met in het blauw '5'.);
- 16 STK Munitie Omschrijving: G2587089 (Mund Huls);
- 1 STK Wapen Omschrijving: G2587091;
- 2 STK Munitie Omschrijving: G2587144, Zilver;
- 2 STK munitie Omschrijving: G2587116, Rood, merk: Fiocchi 12.
Aldus gewezen door:
mr. A.J. Henzen, voorzitter,
mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,
en op 18 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.