Uitspraak
- een (eerste) lading en/of hoeveelheid van (in totaal) (ongeveer) 30 kilogram van een materiaal bevattende metamfetamine en/of
- een (tweede) lading en/of hoeveelheid van (in totaal) (ongeveer) 20 kilogram van een materiaal bevattende metamfetamine,
in casuniet van toepassing is, omdat geen sprake is van een onherroepelijk vonnis ten aanzien van de verdachte door Finland. Ook aan de eisen, zoals geformuleerd in de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) met betrekking tot voornoemd artikel, is volgens de advocaat-generaal niet voldaan. Zo is uit de stukken niet gebleken van een ‘beoordeling van de zaak ten gronde’ door het Finse Openbaar Ministerie en heeft het Finse Openbaar Ministerie niet geconcludeerd dat ‘geen enkel bewijs’ bestond voor de betrokkenheid van de verdachte bij de onderzochte strafbare feiten, aldus de advocaat-generaal.
Een persoon die bij onherroepelijk vonnis door een overeenkomstsluitende partij is berecht, kan door een andere overeenkomstsluitende partij niet worden vervolgd ter zake van dezelfde feiten, op voorwaarde dat ingeval een straf of maatregel is opgelegd, deze reeds is ondergaan of daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd, dan wel op grond van de wetten van de veroordelende overeenkomstsluitende partij niet meer ten uitvoer gelegd kan worden.’
De voorwaarde (ne) ‘bis’: geen dubbele vervolging of bestraffing
ten gronde, definitief is komen te vervallen. [3] Of dat het geval is, dient te worden beoordeeld op basis van het recht van de staat die de desbetreffende beslissing heeft gegeven en daarbij moet worden verzekerd dat de betrokken beslissing in die staat leidt tot de bescherming die het ne-bis-in-idembeginsel verleent. Niet is vereist dat een dergelijke beslissing door (tussenkomst van) een rechter wordt gegeven, noch dat de beslissing is vastgesteld in de vorm van een vonnis. Ook beslissingen die afkomstig zijn van een autoriteit die tot taak heeft in de nationale rechtsorde deel te nemen aan de rechtsbedeling in strafzaken, zoals een parket, waarbij de strafrechtelijke vervolging in een lidstaat definitief wordt beëindigd zonder dat een straf wordt opgelegd, vallen onder de reikwijdte van artikel 54 SUO. De omstandigheid dat de strafrechtelijke procedure die is afgesloten bij een dergelijke beslissing, volgens het nationale recht van die lidstaat kan worden heropend in het geval van nieuwe of pas aan het licht gekomen feiten, doet niet af aan het onherroepelijke karakter van deze beslissing. [4]
-beginsel heeft tot doel binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, te voorkomen dat een bij onherroepelijk vonnis berechte persoon die zijn recht van vrij verkeer uitoefent, daardoor wegens dezelfde feiten wordt vervolgd op het grondgebied van meerdere overeenkomstsluitende staten, en zo de rechtszekerheid te waarborgen door de naleving van onherroepelijk geworden beslissingen van openbare instanties te verzekeren bij het ontbreken van harmonisatie of onderlinge aanpassing van het strafrecht van de lidstaten. [10] Gelet op de door artikel 54 SUO nagestreefde doelstellingen moet worden geoordeeld dat de toepassing van deze bepaling niet kan worden beperkt tot de onderdanen van een lidstaat, aangezien deze bepaling meer algemeen tot doel heeft te waarborgen dat een persoon die is veroordeeld en zijn straf heeft ondergaan of in voorkomend geval onherroepelijk is vrijgesproken in een lidstaat, zich binnen de Schengenruimte kan verplaatsen zonder te hoeven vrezen dat hij wegens dezelfde feiten wordt vervolgd in een andere lidstaat.
[verdachte] is ervan verdacht zich te hebben schuldig gemaakt aan twee ernstige drugsdelicten. In juni 2017 is een partij van ongeveer 30 kilo amfetamine naar Finland gesmokkeld en in september 2017 een partij van in totaal 19,1 kilo amfetamine. [medeverdachte 1] , die de drugs in Finland in ontvangst nam, heeft verteld dat hij de genoemde partijen amfetamine via [verdachte] in Nederland had aangeschaft en [verdachte] daarvoor grote sommen geld had betaald.
- “de verdachte door de Finse autoriteiten als verdachte is aangemerkt in een onderzoek naar het importeren van 2 partijen amfetamine naar Finland vanuit Nederland;
- door een [andere] verdachte is meegedeeld dat de in Finland geïmporteerde amfetamine afkomstig is van [verdachte] uit Nederland en hij daarvoor grote geldbedragen aan [verdachte] heeft betaald;
- [verdachte] veelvuldig contact heeft [gehad] met een medeverdachte [medeverdachte 2] uit het Finse onderzoek als ook met de partner van die verdachte nadat deze in Kroatië is aangehouden in die Finse zaak,”
in casusprake is van dezelfde feiten als bedoeld in artikel 54 SUO, hetgeen overigens tijdens het onderzoek ter terechtzitting ook niet ter discussie heeft gestaan, zodat aan de tweede voorwaarde voor toepassing van voormeld artikel (‘in idem’) is voldaan.
Conclusie