ECLI:NL:GHSHE:2025:3759

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
20-000698-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor diefstal elektrische fiets in Tilburg

De verdachte werd primair ten laste gelegd van diefstal van een elektrische fiets op 24 december 2023 te Tilburg. De politierechter veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 2 weken. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in, waarbij hij primair vrijspraak bepleitte en subsidiair een strafmaatverweer voerde.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het primair ten laste gelegde bewezen: de verdachte had de elektrische fiets, die op slot stond en niet van hem was, weggenomen met het oogmerk zich die wederrechtelijk toe te eigenen. Dit werd onder meer bewezen door camerabeelden, verklaringen van verbalisanten en de eigen verklaring van de verdachte.

De verdediging voerde aan dat alleen het verplaatsen van de fiets was vastgesteld, maar het hof oordeelde dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening overtuigend was bewezen. Gelet op het strafblad van de verdachte en het feit dat hij een behandeltraject volgt, legde het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken op met een proeftijd van 2 jaar, waarmee de ernst van het feit werd onderstreept zonder het behandeltraject te doorkruisen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar wegens diefstal van een elektrische fiets.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000698-25
Uitspraak : 15 december 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-378279-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit en heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 24 december 2023 te Tilburg, een (elektrische) fiets, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die/het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
hij op of omstreeks 24 december 2023 te Tilburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een (elektrische) fiets, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om die/het zich wederrechtelijk toe te eigenen voornoemde fiets, welke op slot stond, bij het achterwiel en/of de achterkant heeft vastgepakt, en/of vervolgens voornoemde fiets ongeveer vijftig meter, althans enige afstand, heeft verplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 24 december 2023 te Tilburg, een elektrische fiets die aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
I. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
II. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Daartoe is in de kern aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de elektrische fiets heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2023, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zou immers enkel blijken dat de verdachte de elektrische fiets ongeveer 50 meter heeft verplaatst.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2023, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , blijkt dat de verbalisanten de verdachte, die hen ambtshalve bekend was, zagen lopen in het centrum van Tilburg. Cameratoezicht nam waar dat de verdachte op het Pieter Vreedeplein een elektrische fiets oppakte bij het achterwiel en meenam, waarna de verbalisanten naar de locatie zijn gefietst. Verdachte heeft zelf ook verklaard de fiets te hebben opgetild. Verbalisant [verbalisant 2] zag, toen hij zicht had op de verdachte, dat de verdachte op enig moment stil bleef staan, omkeek in de richting en naar de verbalisant, de elektrische fiets losliet en wegliep. De plek waar de verdachte de elektrische fiets had weggenomen was hiervan ongeveer 50 meter verwijderd.
Het hof is, anders dan de raadsman van de verdachte, van oordeel dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daarin betrekt het hof de omstandigheden waaronder de verdachte de elektrische fiets heeft weggenomen. De elektrische fiets stond op slot en de verdachte was niet in het bezit van de sleutel van de fiets. Vervolgens heeft de verdachte de fiets zonder enige gebleken noodzaak bij het achterwiel opgepakt, meegenomen en pas bij het zien van de politiefunctionarissen achtergelaten. Ten overstaan van de politie heeft de verdachte direct na zijn aanhouding verklaard: "Ja ik ga nu lekker warm binnen slapen, want ik wou die fiets meenemen." (procesdossier p.4). Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte zich de feitelijke heerschappij over het goed verschaft. Uit de voornoemde omstandigheden blijkt naar het oordeel van het hof onmiskenbaar dat de verdachte de elektrische fiets heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof betrekt hierbij dat de verdachte meermaals ter zake de verdenking zich aan de diefstal van een (elektrische) fiets te hebben schuldig gemaakt is vervolgd en veroordeeld, zodat de eerder vermelde verklaring van de verdachte dat hij de fiets “wou meenemen” maar voor één uitleg vatbaar is.
Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
In het bijzonder heeft het hof het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een elektrische fiets. Fietsendiefstallen veroorzaken hinder en brengen schade teweeg bij de eigenaren van de weggenomen goederen dan wel hun verzekeraars. De verdachte heeft er, door aldus te handelen, blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 8 oktober 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden voor zover daarvan uit het dossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De raadsman van de verdachte heeft ten overstaan van het hof naar voren gebracht dat de verdachte een behandeltraject bij Novadic-Kentron ondergaat in het kader van de schorsingsvoorwaarden van de voorlopige hechtenis in een andere zaak en het in dat kader d.d. 18 september 2025 opgemaakte reclasseringsadvies overgelegd. Hieruit blijkt dat de reclassering in het geval de verdachte zich niet aan de daarin geformuleerde schorsingsvoorwaarden houdt zij geen ander mogelijkheid ziet dat het adviseren van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel.
In beginsel kan gelet op de aard en ernst van het feit en het strafblad van de verdachte niet worden volstaan met een andere of mildere bestraffing dan oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Echter, gelet op de omstandigheid dat de verdachte thans een behandeltraject ondergaat bij Novadic-Kentron, acht het hof niet opportuun om in de onderhavige zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Een dergelijke straf zal het behandeltraject van de verdachte doorkruisen. In plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht het hof daarom de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken;
bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door:
mr. R. Lonterman, voorzitter,
mr. M.J.M.A. van der Put en mr. G. Schnitzler, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Vessem, griffier,
en op 15 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. G. Schnitzler is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.