Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Raad voor de Kinderbescherming,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak betrof het een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind. De moeder had het hoger beroep ingesteld tegen de eerdere beschikking van 8 oktober 2024.
Echter, bij bericht van 15 januari 2025 heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken. Het hof heeft op basis van dit bericht geconcludeerd dat de moeder haar grieven niet handhaaft en verklaart haar daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 20 februari 2025, waarbij de moeder niet-ontvankelijk werd verklaard in haar verzoek tot hoger beroep. De zaak betreft een civielrechtelijke procedure binnen het personen- en familierecht, waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming als belanghebbende betrokken was.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling.