De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf wegens belaging, met een contactverbod van drie jaar. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaar, inclusief een contactverbod.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte gedurende acht maanden stelselmatig en opzettelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer had geschonden door haar herhaaldelijk telefonisch lastig te vallen, meerdere brieven, bloemstukken en rouwkaarten te sturen en een pamflet met grievende teksten in haar flatgebouw te verspreiden. De verdachte ontkende betrokkenheid bij sommige handelingen en stelde dat een derde, een oude vriendin van zijn overleden vrouw, hiervoor verantwoordelijk was. Dit scenario werd door het hof na uitgebreid onderzoek verworpen.
Het hof benadrukte de ernst van het gedrag, de impact op het slachtoffer en de herhaalde overtreding ondanks een STOP-gesprek met de politie. De verdachte vertoonde onacceptabel gedrag en had een autismespectrumstoornis, wat mogelijk invloed had op zijn gedragskeuzes. Gezien de ernst achtte het hof een taakstraf niet passend en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf op met een contactverbod als bijzondere voorwaarde.