Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Van Ekelen;
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Wijk;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 25 maart 2024;
- het V8-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 13 januari 2025;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 13 januari 2025.
3.De feiten
,voor zover thans van belang, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om de door hem voorgestelde omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen, althans een zodanige zorgregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de moeder in gebreke blijft bij uitvoering van deze regeling. Aanvullend verzocht de vader om te bepalen dat hij voorlopig recht heeft op omgang met [minderjarige] , gedurende twee uur per veertien dagen op zaterdag, waarbij de vader samen met zijn moeder [minderjarige] bij de moeder om 15.00 uur ophaalt en om 17.00 uur weer terugbrengt, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per keer dat de moeder weigert uitvoering te geven aan de omgangsregeling, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie meent te behoren te beslissen dan wel te bepalen dat een derde de overdracht verzorgd tussen de vader en [minderjarige] , zowel bij aanvang van de omgangsregeling als bij beëindiging van de regeling.
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
voorlopigeregeling vast: