De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die de omgangsregeling tussen hem en zijn minderjarige kind beëindigde en de regie over de omgang bij de gecertificeerde instelling (GI) legde. De vader wenste contact met zijn kind, die sinds oktober 2021 geen fysieke omgang meer had en sinds mei 2024 in een gesloten accommodatie verbleef vanwege veiligheidsrisico's.
De vader gaf aan dat het kind ambivalent gedrag vertoonde en dat zij hem beschuldigde van seksueel misbruik, mogelijk beïnvloed door de moeder. De GI stelde dat contact met de vader op dit moment niet in het belang van het kind was vanwege haar problematiek, traumabehandeling en veiligheidsrisico’s. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de beschikking te bekrachtigen, waarbij het tempo van het kind gevolgd moest worden.
Het hof oordeelde dat de gewijzigde omstandigheden en het belang van het kind, waaronder veiligheid, voorspelbaarheid en behandeling, rechtvaardigen dat er geen omgangsregeling geldt. Het contact via TikTok werd als belastend gezien en de omgangsregeling uit 2020 werd sinds oktober 2021 niet meer uitgevoerd. Het hof bekrachtigde de beschikking en wees het beroep van de vader af.