Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging na een voetbalwedstrijd. De politierechter legde een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en een gebiedsverbod op. Het hof bevestigde de bewezenverklaring en vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de beslissingen op de schadevorderingen van de benadeelde partijen.
Het hof matigde de straf tot een taakstraf van 120 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en subsidiar 60 dagen hechtenis, waarvan 20 dagen voorwaardelijk. Het gebiedsverbod werd niet opgelegd omdat de verdachte reeds een landelijk stadionverbod van de KNVB van drie jaar heeft. Het hof motiveerde dit mede vanwege de ernst van het bewezenverklaarde, het geringe aandeel van verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en het reclasseringsadvies.
De schadevorderingen van de vier benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat onvoldoende vaststaat dat de schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde en omdat een nadere beoordeling een onevenredige belasting van het strafgeding zou vormen. De benadeelde partijen kunnen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof wees de vorderingen tot vergoeding van proceskosten af.
De zaak betrof geweldpleging tegen politieambtenaren na een voetbalwedstrijd, waarbij verdachte zich niet distantieerde van de groep agressieve supporters. Verdachte stond onder behandeling bij de GGZ en toonde schuldbewustzijn. Het hof hield rekening met deze omstandigheden bij de strafoplegging.