Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof heeft de behandeling van het hoger beroep beperkt tot de vraag of er een toereikende schriftelijke machtiging was overgelegd.
Ondanks meerdere verzoeken en termijnverlengingen heeft de gemachtigde geen recente en geldige schriftelijke machtiging kunnen overleggen. De enige aanwezige machtiging was niet voorzien van een naam en de handtekening was niet te herleiden, bovendien werd dezelfde machtiging in andere zaken met verschillende belanghebbenden gebruikt.
Het hof concludeerde daarom dat er geen geldige machtiging van belanghebbende was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is openbaar gedaan op 12 maart 2025.