Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] V.O.F,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het verzoek tot faillietverklaring van een vennootschap onder firma en haar vennoten was afgewezen. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde de zaak en stelde vast dat in het oorspronkelijke arrest van 20 maart 2025 een onjuist zaaknummer van de eerste aanleg was vermeld.
De griffier van de rechtbank bracht dit technische punt onder de aandacht van het hof. Het hof oordeelde dat deze fout puur intern-technisch van aard was en geen invloed had op de positie van partijen. Daarom werd besloten om zonder consultatie van partijen de verbetering door te voeren.
De verbetering bestond uit het corrigeren van het zaaknummer eerste aanleg in het arrest, waarbij de juiste nummers werden vermeld. Het arrest werd op 27 maart 2025 in het openbaar uitgesproken door de drie rechters. De inhoudelijke beoordeling van het faillissementsverzoek bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het arrest van 20 maart 2025 is hersteld door het juiste zaaknummer eerste aanleg te vermelden zonder inhoudelijke wijziging van de beslissing.