De man en vrouw zijn gescheiden en hebben vier kinderen, waarvan drie minderjarig. De man ontvangt sinds 2 mei 2023 een ZW-uitkering vanwege ziekte, waardoor zijn draagkracht is gewijzigd. De man verzocht om verlaging van de kinderalimentatie, die door de rechtbank was afgewezen.
Het hof oordeelt dat de inkomenssituatie van de man door de ZW-uitkering een rechtens relevante wijziging van omstandigheden vormt. De man heeft geen verdiencapaciteit vanwege zijn depressie en behandeling, wat door de vrouw werd betwist, maar onvoldoende werd onderbouwd. Het hof gaat daarom uit van het daadwerkelijke inkomen uit de ZW-uitkering.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op het minimum van €50,- per maand, verdeeld over vier kinderen tot 1 september 2023 en daarna over drie minderjarige kinderen. De vrouw ontvangt een uitkering en heeft geen draagkracht. De zorgkorting kan niet worden verzilverd vanwege het tekort aan draagkracht. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en wijzigt de alimentatie overeenkomstig, met wettelijke indexering vanaf 2024.